Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.1.1

Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:

Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) Bernheze 2021

Aanvrager: De natuurlijke of rechtspersoon die aan de gemeente instemming, vergunning of toestemming verzoekt voor het leggen, hebben, onderhouden, verwijderen etc. van kabels en leidingen. Adres: Door het college aan een verblijfsobject, een standplaats1 of een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van een woonplaats. Afgebakend terrein: Een terrein met een kunstmatige of natuurlijke afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten bevinden en dat betreedbaar en afsluitbaar is. Anciënniteitlijst: De lijst van vergunninghouders van een marktplaats. Asbus: Een bus ter berging van as van een overledene. Bebouwde kom: Het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994. Begraafplaatsen: De algemene openbare begraafplaats Loo, de Rooms-katholieke begraafplaats Petrus Emmaus Parochie, de Rooms-katholieke begraafplaats Parochie H. Willibrordus, de Rooms-katholieke begraafplaats Sint Servatius Parochie, Parochieel Kerkhof Sint-Lambertus en de Rooms-katholieke begraafplaats Loosbroek Beheerder: De ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt. Bevoegd gezag: Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 5.1, 5.3, 5.4 en 4.4 van de Omgevingswet na inwerkingtreding). Bomen Effect Analyse: Een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een houtopstand. Bomenlijst: De lijst van waardevolle en monumentale bomen en de lijst van monumentale en toekomstbomen, vastgesteld door het college. Boom: Een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een diameter van de stam van minimaal 15 cm gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam. In afwijking van deze minimale stamdiameter van 15 cm geldt geen minimale stamomtrek bij toepassing van de artikelen 5.2.6 (herplant-/instandhoudingplicht) en 5.2.7 (bestrijding van boomziekten) van deze verordening. Boomwaarde: De monetaire waarde van een houtopstand zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. Bouwbesluit: De algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 van de Woningwet (artikel 4.3, eerste lid, aanhef en onder a onder de Omgevingswet). Bouwtoezicht: Degene die ingevolge artikel 92, tweede lid, van de Woningwet (artikel 18.1, 18.2, 18.4 en 18.5 onder de Omgevingswet) in samenhang met artikel 5.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 18.6a onder de Omgevingswet) belast is met het bouw- en woningtoezicht. Bouwwerk: Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. In deze verordening wordt mede verstaan onder: - bouwwerk: een gedeelte van een bouwwerk; - gebouw: een gedeelte van een gebouw; - nieuw bouwwerk: bouwwerk dat wordt opgericht na inwerkingtreding van deze verordening, inclusief herbouw na sloop van een bestaand bouwwerk. Bromfiets: Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994. Calamiteit: Een incident met voor de omgeving mogelijk grote gevolgen, die niet zelfstandig kunnen worden afgewikkeld en waarbij gecoördineerde inzet van hulpverleningsorganisaties en diensten van verschillende disciplines is vereist om de gevolgen te beperken. College: Het college van burgemeester en wethouders. Convenant: Het tussen de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Koninklijke TPG Post BV gesloten Kader Convenant en Nader Convenant inzake postcodes. Definitief herstel: Het op vakkundige wijze terugbrengen van de verhardingsmaterialen in het oorspronkelijke verband. Degeneratiekosten: De kosten voor de gemeente door vermindering van de kwaliteit en/of duurzaamheid van de verharding of andere gemeente-eigendommen, veroorzaakt door de (graaf)werkzaamheden onder verhardingsconstructies of andere voorzieningen. Drainage: Ontwateringsmiddel voor het kunstmatig laag houden van de grondwaterstand welke vrij afstroomt waarbij niet direct of indirect gebruik gemaakt wordt van een pomp(constructie). Drukriolering: Systeem van druk- of vacuümleidingen waarbij (afval)water wordt verpompt door middel van druk- of vacuümpompen. Dunnen: Vellen, uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van overblijvende houtopstand. Eigenaar: Als opgenomen in artikel 3.4.3, 3.4.7 en 3.4.9: degene op wiens terrein het hemelwater valt of onder wiens terrein zich het grondwater bevindt. Gebouw: Bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Gebruiksoppervlakte: Gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580. Gedoogplichtige: Degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in de Belemmeringenwet Privaatrecht of de Telecommunicatiewet. Gemeentelijk monument: Monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister en/of monument of archeologisch monument waaraan in het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven. Gemeentelijk rioleringsplan: Het verbreed gemeentelijk rioleringsplan bedoeld in artikel 4.22 van de Wet milieubeheer, artikel 3.5 en 3.6 van de Waterwet en de Gemeentewet (VGRP) en/of het gemeentelijk rioleringsprogramma als bedoeld in artikel 3.14 van de Omgevingswet.). Gemengd riool: Een riool bedoeld voor afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater. Geurbelasting: De waarde ter plaatse van de gevel van het gevoelige object, berekend met V-Stacks, uitgedrukt in Europese odour units per tijdseenheid. Geurgevoelig object: Geurgevoelig object zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij en/of een .geurgevoelig gebouw: geurgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 5.91 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Graf: Een zandgraf. Grafbedekking: Gedenkteken en grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats. Groen dak: Een doelbewust met planten begroeid dak. Grondroerder: De natuurlijke of rechtspersoon onder wiens verantwoordelijkheid of leiding de werkzaamheden worden verricht. Grondwater: Water dat vrij onder het aardoppervlak voorkomt, met de daarin aanwezige stoffen. Hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op stronk uitlopen. Handboek: Het Handboek Kabels en Leidingen (Standaardbepalingen voor het opnemen van de sleufverharding, het graven, aanvullen en verdichten van sleuven en het leggen etc. van kabels en leidingen die in eigendom of beheer zijn bij de gemeente), zijnde door het college vast te stellen nadere regels betreffende de voorbereiding en uitvoering van ontwerp, aanleg, exploitatie, onderhoud en verwijdering van kabels en leidingen inclusief de toepasselijke indieningsvereisten. Handelsreclame: Iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. Hemelwatervoorziening: Voorziening voor de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater. Hoogte van de weg: De hoogte van de weg zoals die door of namens burgemeester en wethouders is vastgesteld. Houtopstand: één of meer bomen of boomvormers of andere houtachtige gewassen. Huisaansluiting: Het gedeelte van de kabel of leiding door openbare grond dat een netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt. Incidentele asverstrooiing: Het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Infiltratie: Het proces waarbij hemelwater wegzakt in de bodem. Instemmingsbesluit: Schriftelijk besluit van het college zoals bedoeld in artikel 5.4 van de Telecommunicatiewet. Kabel- en leidingentracé: De locatie waarvan de gemeente heeft bepaald waar kabels en/of leidingen kunnen worden gelegd. Kabels en leidingen: Kabels en/of (buis)leidingen als onderdeel van een net(werk). Kampeermiddel: Een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 5.1 van de Omgevingswet na inwerkingtreding) is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Leggen van kabels: Het aanbrengen, leggen, onderhouden, omleggen, vernieuwen, herstellen leidingen: en verwijderen van kabels en leidingen en het verrichten van hierbij behorende werkzaamheden; Ligplaats: Door het college als zodanig aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die is bestemd voor het permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig. Markt: De door het college ingestelde warenmarkt. Marktconforme kosten: Kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt. Marktmeester: De persoon die als zodanig is aangewezen door het college. Marktplaats: De ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel. Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Monumentale boom: Monumentale houtopstand die aan de hand van door het college vastgestelde criteria is opgenomen op de Bomenlijst. Motorvoertuig: Motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. NEN: Een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm. Net (of netwerk): één of meer ondergrondse kabel(s) en/of leiding(en), daaronder mede begrepen lege buizen, kokerconstructies en voorzieningen, bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, uitgezonderd het rioleringsnetwerk. Net voor transport: De openbare elektronische communicatienetwerken als bedoeld in artikel informatie: 1.1 onder h. van de Telecommunicatiewet; Netbeheerder: Degene die als natuurlijk persoon handelend in de uitvoering van een beroep of een bedrijf dan wel als rechtspersoon een kabel- c.q. buisleidingennet beheert. Niet-openbare kabels Kabels en leidingen (dan wel het netwerk waartoe ze behoren) die en leidingen: niet worden gebruikt om openbare (voor het publiek beschikbare) diensten aan te bieden; Nummeraanduiding: Door het college als zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats1, een ligplaats en een afgebakend terrein dat bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- en/of cijfercombinatie. Nutsbedrijf: Bedrijf dat producten en diensten levert in het algemeen belang, en in het kader van deze verordening meer specifiek op het gebied van elektriciteits-, gas- en drinkwatervoorziening, waaronder ook begrepen eventuele warmte-koudevoorzieningen, en dat mede daartoe netten/netwerken beheert voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen of van energie. NVN: Een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven voornorm. Odour units (ouE/m3; P98): Geurconcentratie als aantallen Europese odour units in een volume-eenheid lucht (ouE/m3), gemeten volgens de NEN-EN 13725:2003 “Luchtbepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie”. In deze verordening wordt voor de geurbelasting uitgegaan van het gebruikelijke 98-percentiel geurconcentratie. Dat betekent dat de – met een verspreidingsmodel – berekende geurconcentratie gedurende 98 procent van de tijdseenheid niet wordt overschreden. Omgevingsvergunning Vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste voor het bouwen: lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 5.1 van de Omgevingswet na inwerkingtreding). Omgevingsvergunning: Omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 5.1 van de Omgevingswet na inwerkingtreding). Opdrachtgever: De natuurlijke of rechtspersoon die opdracht geeft tot het uitvoeren van werkzaamheden. Openbaar water: Wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn. Openbare gronden: Openbare wegen en wateren zoals bedoeld in artikel 1.1, onder aa, van de Telecommunicatiewet. Openbare inrichting: 1. Een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis; 2. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid. 3. Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een bijbehorend terras. Openbare plaats: Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties. Openbare ruimte: Door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is gelegen. Pand: Kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. Parkeren: Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Particulier graf: Een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1. Het doen begraven en begraven houden van lijken; 2. Het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; 3. Het doen verstrooien van as. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'particulier graf mede verstaan: particulier urnengraf, particuliere urnennis en particuliere gedenkplaats" Particulier urnengraf: Een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1. Het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; 2. Het doen verstrooien van as. Particuliere gedenkplaats: Een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken. Particuliere urnennis: Een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen. Perceel: als bedoeld in artikel 3.2.2, 3.2.3 en 3.2.7: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Provisorisch herstel: Het terugbrengen van de verhardingsmaterialen op een niet noodzakelijke vaktechnische wijze maar wel zodanig dat het functionele gebruik van de openbare gronden door het verkeer volledig is hersteld en geen gevaar ontstaat voor de weggebruikers. Rechthebbende: Degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht. Riolering: Voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast. Spoedeisende Werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of werkzaamheden: storing in de dienstverlening, waarvan uitstel redelijkerwijs niet mogelijk is. Stads- en dorpsgezichten: Groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden. Standplaats¹: 1. Het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats1 wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2.6 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Bernheze 2021. Standplaats²: Een standplaats² op een centrum als bedoeld in artikel 1, eerste lid onderdeel h van de Woningwet (Stb 1991, 439). (dat is : standplaats², zijnde een kavel die is bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten.) Standplaatshouder: Degene die een standplaats1 heeft ingenomen en hiertoe beschikt over een vergunning van burgemeester en wethouders of Gedeputeerde Staten, of bij gebreke van die vergunning de hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt door burgemeester en wethouders beoordeeld. Standwerken: De activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel. Standwerkersplaats: De marktplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken. Stedelijk afvalwater: Huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Straatpeil: a. Voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang. b. Voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw." Structuren: Groenstructuren die zijn opgenomen in het Groenstructuurplan Bernheze of Lanenplan Bernheze. Terras: Een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. Toekomstboom: Boom die een dermate goede conditie en groeiplaats heeft dat deze de potentie heeft om in de toekomst monumentaal te worden en aan de hand van door het college vastgestelde criteria is opgenomen op de Bomenlijst. Uitvoeringsvoorschriften: Nadere bepalingen inzake naamgeving en nummering (adressen). Urn: Een voorwerp ter berging van een of meer asbussen. Veehouderij: Een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen inrichting die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken en is bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren. Vellen: Rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die tot de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand kunnen leiden. Verblijfsobject: De kleinste binnen één of meerdere panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, die onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is. Vergunning: als bedoeld in artikelen 6.1.2, 6.1.3, 6.1.6, 6.1.7, 6.1.10 en 6.1.14: vergunning, op schriftelijke aanvraag van een nutsbedrijf verleend door het college voor het verrichten van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in openbare gronden die door de gemeente beheerd worden. Vergunninghouder: als bedoeld in artikel 2.1.9, 2.1.10, 2.1.11 en 2.1.12: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een marktplaats/standwerkersplaats. Verhard oppervlak: Alle oppervlakken die gemaakt zijn van steenachtig of ander materiaal, waaronder daken, tegels, bestratingen, asfaltoppervlakken, etc. In deze verordening wordt mede verstaan onder: - Nieuw verhard oppervlak: verhard oppervlak dat wordt aangelegd na inwerkingtreding van deze verordening, inclusief aanleg na verwijdering van bestaand verhard oppervlak. Verleggingen: Definitieve of tijdelijke maatregelen waaronder het verplaatsen van kabels en/of leidingen die noodzakelijk worden geacht voor het oprichten van gebouwen of het uitvoeren van werken door of vanwege de gemeente. Verstrooiingsplaats: Een plaats waarop as wordt verstrooid. VGS: Verbeterd gescheiden stelsel; hemelwaterriolering met enige berging ten behoeve van verwerking vuil in hemelwater. Voertuig: Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen. Voorzieningen: als bedoeld in artikelen 6.1.7, 6.1.9, 6.1.11 en 6.1.13: kabels en leidingen en de ondergrondse ondersteunings- en beschermingswerken, waaronder buizen, ten behoeve daarvan. Vuilwaterriool: Voorziening of werk voor de inzameling en het transport van afvalwater, die of dat is aangesloten op een zuivering technisch werk of op een zuiveringsvoorziening voor het zuiveren van stedelijk afvalwater. Weg: Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994. Werkzaamheden: Als bedoeld in de artikelen 6.1.2, 6.1.3, 6.1.6, 6.1.7, 6.1.10 en 6.1.14: andmatige en mechanische werkzaamheden in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen. • • Werkzaamheden van Als bedoeld in de artikelen 6.1.2 en 6.1.3: werkzaamheden van niet ingrijpende aard: werkzaamheden met en aaneengesloten te ontgraven lengte korter • dan vijventwintig (25) meter, met geringe overlast c.q. belemmeringen voor de omgeving, waaronder het realiseren van incidentele huisaansluitingen, kabellassen, werkzaamheden in bestaande handholes, reparatie- of onderhoudswerkzaamheden, en waaronder niet verstaan wordt de plaatsing van onder- en bovengrondse kasten en handholes. Wijk- en buurtindeling: Een indeling van de gemeente in wijken en buurten conform de eisen die het CBS aan deze indeling verbindt. Winkel: Een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet. Woonplaats: Door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorzien gedeelte van het grondgebied van de gemeente. Woonwagen: Woonfunctie op een locatie bestemd voor het plaatsen van een woonwagen .

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel