Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11.

Artikel 11.1.1

Toezichthouders

Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) Bernheze 2021

1. De bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen zijn belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de artikelen 2.1.1 t/m 2.1.3, 3.2.8, 3.2.9, 3.3.5, 3.3.6, 5.2.1 t/m 5.2.7, 5.3.1 t/m 5.3.4, 6.2.1 t/m 6.2.3 en 8.1.1 t/m 9.3.5. Onverminderd het gestelde in de eerste volzin, zijn de (buitengewone) opsporingsambtenaren belast met toezicht en handhaving openbare ruimte en de ambtenaren aangewezen in de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de artikelen genoemd in artikel 11.1.1, lid 1. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten. Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens de artikelen genoemd in de eerste volzin gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. 2. De marktmeester en de bij besluit van het college aangewezen personen zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.1.4 t/m 2.1.10 van paragraaf 2.1 Markt. 3. De bij besluit van het college aangewezen personen zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 4 Erfgoed en paragraaf 6.1 Kabels en leidingen. 4. Het Team VTHV is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 7.1.1 t/m 7.1.6 van paragraaf 7.1 Naamgeving en nummering (adressen). 5. Onverminderd het bepaalde in de Algemene wet op het binnentreden hebben zij die belast zijn met de zorg voor de naleving van het bij of krachtens de artikelen 9.3.1 t/m 9.3.5 van paragraaf 9.3 Standplaatsen voor woonwagens op grond van artikel 149 van de Gemeentewet toegang tot alle plaatsen - woonwagens daaronder mede verstaan - voor zover dat redelijkerwijs vereist is in verband met het toezicht op de naleving en opsporing daarvan. 6. De opsporing van de in artikel 12.1.1, lid 9 strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingszorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel