1. Het is verboden vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te
lozen op de riolering of openbaar terrein.
2. De eigenaar van een perceel heeft de verplichting het hemelwater op eigen terrein te verwerken en heeft daarbij vrije keuze tussen de toe te passen voorziening(en), waarbij het volgende geldt:
a. de minimale te realiseren hemelwatervoorziening moet 20 mm (per m2 verhard oppervlak) kunnen verwerken;
b. voor het oppervlak aan groen dak (in m2) wordt geen (aanvullende) hemelwatervoorziening vereist;
c. de benodigde voorziening(en) dienen uiterlijk 10 weken na het gereedkomen van het nieuw bouwwerk of aanleg van het nieuw verhard oppervlak gerealiseerd te zijn en moeten blijvend in stand worden gehouden;
d. bij elke activiteit mag de reeds aanwezige totale hoeveelheid (hemel)waterberging op het perceel van de eigenaar niet afnemen.
3. Burgemeester en wethouders kunnen een gebied aanwijzen waarbinnen het verbod zoals
genoemd in het eerste lid ook geldt voor alle reeds bestaande bouwwerken en verharde
oppervlakken, en/of een andere dan de in het vorige lid onder a genoemde verwerkingseis geldt.
Bij het vaststellen van een dergelijke gebiedsaanwijzing geldt het volgende:
a. burgemeester en wethouders houden rekening met het gemeentelijk rioleringsplan en eventuele geldende voorschriften uit vigerende (bestemmings)plannen;
b. de gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de 3e dag na de dag waarop zij bekend is gemaakt en bevat een termijn waarop aan de aanwijzing moet worden voldaan. Deze termijn bedraagt tenminste 6 weken;
c. op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de Algemene wet
bestuursrecht van toepassing.
4. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, indien van de eigenaar van het nieuw bouwwerk of het nieuw verhard oppervlak
redelijkerwijs een te grote inspanning wordt geëist in verhouding tot het doel van het verbod.
5. De aanvraag van een ontheffing als bedoeld in het vierde lid wordt tegelijk met de aanvraag van een omgevingsvergunning bouwen of omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, ingediend.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.4.3
Verbod op het lozen van hemelwater op de riolering
Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) Bernheze 2021