De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 4.2.2, eerste lid, kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken:
a. als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid;
b. voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2.3
Intrekken van de omgevingsvergunning
Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) Bernheze 2021