1. De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 4.2.6, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 4.2.6, tweede en derde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stads- en dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft heeft als zodanig is tenietgegaan.
2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- en dorpsgezicht, waarop de aanwijzing betrekking heeft, wordt aangewezen als:
a. beschermd stads- en dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, of
b. beschermd stads- en dorpsgezicht op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 5.4 van de Omgevingswet na inwerkingtreding).
3. Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt dat onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.4.2
Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke stads- en dorpsgezicht
Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) Bernheze 2021