Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.3.

Een andere blik op taak en rol bij bekostiging van voorzieningen

Onderdeel van Subsidiebeleidskader Maatschappelijke Voorzieningen 2019 - 2024

De gemeente zet in op effectieve en efficiënte inzet van middelen, gericht op het bereiken van maat-schappelijke effecten met een duidelijke keuze voor partners. Aan welke criteria moeten de voorzieningen voldoen? Het eerder in deze notitie genoemde onderscheid tussen soorten voorzieningen biedt houvast voor een herdefiniëring. In dit subsidiebeleidskader hanteren wij de volgende criteria voor voorzieningen: Standaardvoorzieningen in de huidige situatie worden dergelijke voorzieningen al niet gesubsidieerd. Particulier initiatief het gaat om een vrijwilligersorganisatie (dus geen beroepsmatige arbeid) die lokaal actief is, die voor iedere inwoner toegankelijk is én die activiteiten organiseert en aanbiedt die (voornamelijk) gericht zijn op recreatie en waarop het profijtbeginsel van toepassing is én daarmee bijdraagt aan een door de gemeente beoogd beleidseffect Maatschappelijk netwerk het gaat om een organisatie van beroepskrachten én vrijwilligers (dus gemengd) die met andere partijen in de lokale samenleving samenwerkt én daarmee een dragende kracht is binnen een maatschappelijk netwerk, om bewoners te ondersteunen in het benutten van de eigen kracht én een informerende, preventieve en ondersteunende rol realiseert én daarmee een bijdrage levert aan een door de gemeente beoogd beleidseffect Professioneel en vrijwillig vangnet het gaat om een professione(e)l(e) (gecoördineerde) organisatie die een specifiek product of dienst levert ten behoeve van (individuele) kwetsbare bewoners waarmee die kwetsbaarheid wordt hersteld of gecompenseerd én daarmee een bijdrage levert aan een door de gemeente beoogd beleidseffect Organisaties die niet aan alle criteria van de genoemde voorziening voldoen, komen dan ook niet (zonder meer) in aanmerking voor subsidie.

Rechtspraak bij dit artikel