De landelijke overheid heeft omvangrijke taken in het sociale domein overgedragen aan de lokale overheden. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid gekregen voor extramurale ondersteuning, begeleiding en verzorging. Vanaf 2015 is de Participatiewet van kracht. De decentralisatie van de Jeugdzorg is in samenhang met invoering van de Wet passend onderwijs en de ontwikkeling van een regionaal Veiligheidshuis aangepakt.
Deze zogenaamde transities verschillen weliswaar qua onderwerp, maar er zijn voldoende overeenkomsten om de gevraagde transformatie van het sociale domein in onderlinge samenhang vorm te geven. De gemeente, uitvoeringsorganisaties (professioneel én vrijwillig) en inwoners moeten deze samenhang concreet vorm geven. De overweging van het Rijk is dat de gemeente het beste in staat is om rekening te houden met de lokale omstandigheden en daardoor tot een effectief en efficiënt beleid kan komen. De omvang van deze nieuwe taken en de teruglopende bekostiging vereist een integrale aanpak.
Bovenstaande ontwikkelingen zijn uitgewerkt in de nota “Visie op het sociaal domein: Startnotitie voor een samenhangende maatschappelijke agenda”. Deze notitie is het vertrekpunt geweest voor de herijking van onze taak en rol bij de bekostiging van maatschappelijke voorzieningen.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.4.
Ontwikkelingen in het sociaal domein
Onderdeel van Subsidiebeleidskader Maatschappelijke Voorzieningen 2019-2026