De gemeente zet in op effectieve en efficiënte inzet van middelen, gericht op het bereiken van maat-schappelijke effecten met een duidelijke keuze voor partners.
Aan welke criteria moeten de voorzieningen voldoen?
Het eerder in deze notitie genoemde onderscheid tussen soorten voorzieningen biedt houvast voor een herdefiniëring. In dit subsidiebeleidskader hanteren wij de volgende criteria voor voorzieningen:
Standaardvoorzieningen
in de huidige situatie worden dergelijke voorzieningen al niet gesubsidieerd.
Particulier initiatief
het gaat om een vrijwilligersorganisatie (dus geen beroepsmatige arbeid)
die lokaal actief is,
die voor iedere inwoner toegankelijk is én
die activiteiten organiseert en aanbiedt die (voornamelijk) gericht zijn op recreatie en waarop het profijtbeginsel van toepassing is én
daarmee bijdraagt aan een door de gemeente beoogd beleidseffect
Maatschappelijk netwerk
het gaat om een organisatie van beroepskrachten én vrijwilligers (dus gemengd)
die met andere partijen in de lokale samenleving samenwerkt én
daarmee een dragende kracht is binnen een maatschappelijk netwerk,
om bewoners te ondersteunen in het benutten van de eigen kracht én
een informerende, preventieve en ondersteunende rol realiseert én
daarmee een bijdrage levert aan een door de gemeente beoogd beleidseffect
Professioneel en vrijwillig vangnet
het gaat om een professione(e)l(e) (gecoördineerde) organisatie
die een specifiek product of dienst levert ten behoeve van (individuele) kwetsbare bewoners
waarmee die kwetsbaarheid wordt hersteld of gecompenseerd én
daarmee een bijdrage levert aan een door de gemeente beoogd beleidseffect
Organisaties die niet aan alle criteria van de genoemde voorziening voldoen, komen dan ook niet (zonder meer) in aanmerking voor subsidie.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3.
Een andere blik op taak en rol bij bekostiging van voorzieningen
Onderdeel van Subsidiebeleidskader Maatschappelijke Voorzieningen 2019-2026