In de voorgaande paragraven zijn criteria van de verschillende soorten voorzieningen gepresenteerd en van de toe te passen wijzen van bekostiging. Op basis hiervan komen wij tot de volgende ombuiging van de verdeling van en sturing op de gemeentelijke middelen:
Soort voorziening
Bekostigingswijze
Ombuiging
Particulier initiatief
Kenmerken: recreatie, participatie, vrijwilligers en profijtbeginsel
Gericht op 80% ‘zelfredzamen’
Geen subsidie, of in beperkte mate (incidentele) subsidie
Stimuleren uitgaan van eigen kracht, zelforganiserend vermogen en actief burgerschap.
Verantwoordelijkheid voor instandhouding wordt neergelegd bij inwoners en organisaties
Bestaande subsidies worden (mogelijk) afgebouwd.
Subsidie alleen incidenteel (opstart en innovatie).
Maatschappelijk netwerk
Kenmerken: informatie, preventie en ondersteuning
Gericht op 15% ‘Incidenteel/poten-tieel kwetsbaren’
Subsidie volgens aansturingsstructuur budgetsubsidies of maatschappelijk aanbesteden
Samenwerken met andere maatschappelijke partijen.
Niet de organisatie of de activiteit, maar de bijdrage aan een samenhangende aanpak (programma) wordt gesubsidieerd.
Herijking van bestaand (activiteiten)aanbod volgens criteria waar voorzieningen aan moeten voldoen
Professioneel en vrijwillig vangnet
Kenmerk: zorg
Gericht op 5% ‘kwetsbaren’
Subsidie volgens aansturingsstructuur budgetsubsidies, inkoop of maatschappelijk aanbesteden
Inkoop of aanbesteding als bekostigingswijze, wanneer dat leidt tot beste prijs/kwaliteit verhouding.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.5.
Toepassing wijze van bekostiging
Onderdeel van Subsidiebeleidskader Maatschappelijke Voorzieningen 2019-2026