Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Afgifte en geldigheid

Onderdeel van Beleidsregel gehandicaptenparkeerkaart en -plaats Gemeente Enschede

Er wordt één GPK per persoon afgegeven. Als een inwoner recht heeft op een bestuurderskaart en een passagierskaart, dan wordt dit op de GPK aangegeven (artikel 1 lid 2 Regeling gehandicaptenparkeerkaart). De GPK moet zo bij de voorruit geplaatst zijn dat de kaart vanaf de buitenkant van het voertuig volledig leesbaar is. De geldigheidsduur van een GPK kan variëren van een aaneengesloten periode van zes maanden tot maximaal 5 jaar, gerekend vanaf de dag van afgifte (artikel 51 lid 1 BABW). De geldigheidsduur van de GPK kan worden beperkt als: van tevoren duidelijk is dat de inwoner korter dan vijf jaar in aanmerking komt voor een GPK (artikel 51 lid 2 BABW). In deze situatie wordt de geldigheidsduur beperkt tot de te verwachten termijn dat aanspraak op de GPK kan worden gemaakt; de aanvrager tijdelijk in Nederland verblijft (artikel 51 lid 3 BABW). In deze situatie wordt de geldigheidsduur beperkt tot de tijdsduur van het verblijf in Nederland. De GPK wordt in deze situatie namens de minister, door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verstrekt. De GPK verliest zijn geldigheid in gevallen zoals opgesomd in artikel 53 BABW. Een GPP verliest zijn geldigheid op hetzelfde moment als dat de GPK zijn geldigheid verliest.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel