Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Trends en ontwikkelingen

Onderdeel van Detailhandelsvisie gemeente Hoeksche Waard 2021

Anno 2020 is er minder behoefte aan fysieke winkelmeters, o.a. door veranderd consumentengedrag (online-besteding). Corona versnelt dit. De consument is steeds beter geïnformeerd, heeft minder tijd en is kieskeurig welke winkelcentra, voor welk bezoekdoel wordt bezocht (zie verderop). De consument hecht waarde aan gemak, service en beleving bij het winkelen en kiest tegelijkertijd vaker voor online. De winkelsector in zijn geheel krijgt meer concurrentie van mondiale online-spelers zoals Amazon, Alibaba en Google. Dit vraagt continu om vernieuwing. Te meer, omdat de jongere generaties alles online doen. Deze ontwikkelingen hebben impact op de winkelgebieden van de Hoeksche Waard. Over het algemeen worden ruimere openingstijden door ondernemers gewaardeerd, maar is ook mede afhankelijk van branche, locatie en omgeving. Er bestaan grote verschillen in ontwikkelperspectief binnen detailhandel en dit is afhankelijk per type winkel en type winkelgebied: De sector boodschappen (supermarkten) groeien nog steeds sterk en het perspectief van moderne boodschappencentra is vaak goed. In de recreatieve winkelsector (mode en luxe) en de recreatieve winkelgebieden zet de krimp door. Denk aan centrum Oud-Beijerland (zie ook figuur 1). In de doelgericht bezochte branches (wonen/dhz/tuin) zagen we tot de coronacrisis een stijgende lijn in de omzet. Denk aan de invulling van leegstand op De Bosschen. Figuur 1:Relevante ontwikkelingen in winkelland (Locatus 2019) Boodschappen doen; dorpscentra Supermarkten blijven groeien in omvang. Een grotere maatvoering is soms nodig om op termijn toekomstbestendig te blijven. Ook in de gemeente Hoeksche Waard zien we deze trend. Bovendien zijn goede parkeermogelijkheden en bereikbaarheid, randvoorwaarden voor een moderne supermarkt. In kleinere dorpscentra wordt de boodschappenfunctie relevanter en neemt het recreatieve winkelaanbod (voor zover aanwezig) af. Supermarkten zijn door hun omvang en breedte van het assortiment veruit de belangrijkste publiekstrekker. Ze zijn daardoor op zichzelf al een belangrijke ontmoetingsplek voor inwoners. Andere foodspeciaal-zaken, winkels en voorzieningen profiteren van de trekkracht van de supermarkt(en). Er worden steeds meer voorzieningen (detailhandel, horeca, diensten en wonen) geclusterd om de aantrekkelijkheid van de centra op peil te houden. Winkelcentra verkleuren naar zogeheten ‘dorpshubs’ met andere publieksfuncties, zoals zorg, ambachten, diensten, maatschappelijk, etc. De populariteit van online boodschappen groeit. Ook in Hoeksche waard groeit het online aandeel1Koopstromen Onderzoek Randstad editie 2016 en 2018. . De toonbank-bestedingen groeien echter eveneens. Het overgrote deel van de boodschappen wordt nog altijd in de winkel aangeschaft ca. 97% in 2020. Waar in 2017 landelijk nog sterk sprake was van een opkomst van afhaalpunten (voor de boodschappen) is dit anno 2020 nauwelijks meer aan de orde. Dit is voor consumenten een te grote drempel. Thuisbezorgen is mede door de komst van Picnic de norm voor online boodschappen. Recreatief winkelen Enkel het centrum van Oud-Beijerland heeft een wezenlijke functie voor recreatief winkelen. De andere kernen zijn een maat kleiner met een kleiner recreatief winkelaanbod. In algemene zin hebben centra zoals Oud-Beijerland, van oudsher veel winkels in relatie tot hun verzorgingsfunctie maar missen soms kritische massa die juist de grotere steden aantrekkelijk maken voor aankoop van niet-dagelijkse artikelen. Het veranderende consumentengedrag heeft grote invloed op recreatieve winkelcentra (krimp). Gemak, efficiëntie en comfort worden belangrijker voor deze centra. Het totaalpakket aan voorzieningen moet op orde zijn. Denk aan dienstverlening, zorg, wonen en vooral horeca. Doelgericht winkelen; PDV De term ‘PDV’ staat voor Perifere Detailhandelsvestigingen en komt uit het voormalige Rijksbeleid. Dit waren winkels die zich vanwege de volumineuze aard van de artikelen, zoals in bouwmarkten en tuincentra, perifeer (buiten de winkelcentra) mochten vestigen. Inmiddels zijn de gemeenten zelf verantwoordelijk voor keuzes. Sommige zijn als ‘woonboulevard’ ontwikkeld en vormen een stedenbouwkundig geheel, zoals woonboulevard de Bosschen. Andere locaties zijn in feite gemengde bedrijventerreinen waar zich perifere detailhandel heeft gevestigd. Denk bijvoorbeeld aan detailhandel in auto’s. Deze clusters verschillen sterk qua perspectief en dit hangt samen met het verzorgingsgebied. Vaak is voor kleinere lokaal en beperkt regionaal verzorgende clusters nog perspectief.

Rechtspraak bij dit artikel