Naar hoofdinhoud
1.. Het college stelt jaarlijks het maximale uurtarief peuteropvang vast en het tarief voor de VE-coach (Hbo), indien dit wordt gewijzigd. 2.. Het gemeentelijk maximum uurtarief is opgebouwd uit het maximum uurtarief kinderopvangtoeslag rijksoverheid, aangevuld met een kwaliteitssubsidie VVE. 3.. Het college maakt onderscheid voor de berekening van de hoogte van de subsidie tussen de volgende categorieën: Peuters zonder VVE-indicatie die naar de peuteropvang gaan en waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Peuters zonder VVE-indicatie die naar de peuteropvang gaan en waarvan de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Peuters met een VVE-indicatie die naar de peuteropvang gaan en waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Peuters met een VVE-indicatie die naar de peuteropvang gaan en waarvan de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. 4.. Het college subsidieert per uur per bezette peuterplek. Voor de in lid 3 genoemde categorieën gelden de volgende maximale subsidiebedragen voor de houder: Voor de in lid 3 onder a. genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplek per jaar maximaal 320 uur x het gemeentelijk maximum uurtarief, minus de geldende ouderbijdrage. Voor de in lid 3 onder b. genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplek per jaar maximaal 320 uur x de aanvullende kwaliteitssubsidie VVE. Voor de in lid 3 onder c. genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplek per jaar maximaal 640 uur x het gemeentelijk maximum uurtarief minus de geldende ouderbijdrage over 320 uur per jaar. Voor de in lid 3 onder d. genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplek per jaar maximaal 320 uur x de aanvullende kwaliteitssubsidie VVE plus 320 uur x het gemeentelijk maximum uurtarief. 5.. Indien het uurtarief van de aanbieder lager is dan het vastgestelde normtarief kinderopvang, wordt het geldende tarief gehanteerd als uurtarief bij de berekening van de subsidie. 6.. De gemeentelijke kwaliteitssubsidie voor VVE boven op het normtarief kinderopvang wordt door de organisatie meegenomen bij het bepalen van het uurtarief voor peuteropvang met VVE. 7.. De aanvrager/houder is verantwoordelijk voor het verzamelen van gegevens waaruit blijkt dat het kindcentrum in aanmerking komt voor subsidie conform artikel 7 lid 3. 8.. Voor de inzet van een VE-coach subsidieert het college 10 uur per jaar vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal VVE-peuters van 2,5 – 4 jaar per organisatie. 9.. De aanvullende locatiesubsidie bedraagt € 6.000,- per jaar. Deze subsidie wordt toegekend indien op een locatie voor VVE-peuteropvang gemiddeld per jaar minimaal 50% van de peuters vanaf 2,5 jaar een VVE-indicatie heeft en dit gemiddeld per jaar ten minste 8 VVE-peuters betreft. Deze regeling geldt niet voor een halve groep.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel