Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Het weigeren van de vergunning

Onderdeel van Aansluitverordening riolering Midden-Delfland 2021

De aansluitvergunning kan geweigerd worden indien, naar het oordeel van het college, de aansluiting of wijziging van een perceelaansluitleiding op het gemeentelijk riool vanwege juridische, hydraulische, milieutechnische of economische redenen bezwaarlijk is. Bij voornemen van het college tot weigeren treedt het college in overleg met de indiener. Hierbij geeft het college aan, aan welke voorwaarden en eisen moet worden voldaan om alsnog voor verlening van de vergunning in aanmerking te komen. Indien indiener niet binnen twee weken gebruik maakt van deze mogelijkheid, of – indien indiener hiervan wel gebruik maakt, maar de weigeringsgrond ook na aanpassing, naar het oordeel van het college niet is weggenomen – weigert het college de aanvraag. De legeskosten worden dan in rekening gebracht. Als er geen mogelijkheid is om tot een oplossing te komen om te gaan voldoen aan de gestelde voorwaarden en eisen, kan de rechthebbende binnen de bedoelde twee weken, de vergunningaanvraag formeel met een brief aan het college, intrekken. In dat geval zullen geen legeskosten in rekening worden gebracht. Aansluiting van de perceelaansluitleiding op het gemeentelijk riool is in ieder geval bezwaarlijk en daarmee een weigeringsgrond, indien: er strijd is met eisen en voorwaarden zoals gesteld in deze verordening. de aansluiting, een lozing voor afvalwater en/of bronneringswater betreft, waarvoor krachtens de geldende omgevingswetgeving een vergunning benodigd is, maar waarvoor deze niet is verleend, of waarbij niet aan de geldende regels is voldaan. de perceelaansluitleiding met de binnenonderkant buis ter plaatse van de aansluiting op het gemeentelijk riool niet hoog genoeg boven het gemeentelijk riool uitkomt (de plaats van de aansluiting op het gemeentelijk riool wordt door de gemeente bepaald). de aanvraag betrekking heeft op niet verontreinigd drainagewater of niet verontreinigd hemelwater, dat zonder bezwaar rechtstreeks naar het oppervlaktewater of bodem kan worden afgevoerd. In ieder geval wordt hieronder verstaan: hemelwater afstromend van kasoppervlak; hemelwater afstromend van dakoppervlak van bedrijfsgebouwen, warenhuizen en (bedrijfs)woningen; hemelwater afstromend van verhardingen niet op industrieterrein gelegen en niet rijks- of provinciale weg zijnde. De aanvraag betrekking heeft op percolaatwater uit open perscontainers die in de open lucht staan, waarbij voldoende maatregelen ontbreken, om menging met hemelwater te voorkomen. De aanvraag betrekking heeft op niet verontreinigd bronneringswater dat met een retourbemaling in de bodem of zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan worden afgevoerd. De aanvraag betrekking heeft op de afvoer van drainagewater, bronneringswater of hemelwater op een openbaar druksysteem. De maximale hoeveelheid bedrijfsafvalwater die in het gemeentelijk riool gebracht mag worden, de hoeveelheid van 0,5 m3/uur/ha overschrijdt. De aanvraag betrekking heeft op de afvoer van brijnwater of ander zout concentraat naar het gemeentelijk riool. De aanvraag betrekking heeft op de afvoer van afvalwater met een hoog chloride- en of natriumgehalte bijvoorbeeld spoelwater van de aanleg, ontwikkeling en onderhoud van een WKO of soortgelijk systeem. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen of een vergunning op grond van de Wet milieubeheer voor het aan te sluiten perceel is geweigerd.

Rechtspraak bij dit artikel