Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3

Beleidsuitgangspunten bij het huisvesten op agrarisch bedrijf

Onderdeel van Beleidskader Tijdelijk wonen in Alphen aan den Rijn 2015

Omdat het buitengebied grenst aan andere gemeenten, willen wij zoveel mogelijk aansluiten bij de regionale richtlijnen. Bij huisvesting van werknemers op het agrarisch bedrijf gaat het om seizoenarbeiders die in een bepaalde periode van dat jaar agrarische werkzaamheden verricht. De gemeente Alphen aan den Rijn wil dan ook voorkomen dat er op grote schaal gewoond gaat worden in het landelijk gebied. Daarom stellen wij de voorwaarde dat het huisvesten van werknemers alleen mogelijk is in combinatie met de agrarische activiteit en alleen als ondergeschikte nevenactiviteit. Werknemers mogen er niet toe gedwongen worden om op het bedrijf waar zij werken te verblijven en moeten ten alle tijden vrij zijn om elders huisvesting te kiezen. Deze alternatieve huisvesting moet dan wel voorhanden zijn. In artikel 4 van hoofdstuk IV van het Besluit omgevingsrecht is bepaald dat buiten de bebouwde kom logiesfuncties voor werknemers aangewezen kunnen worden. LTO wil de SNF certificatie opnemen in de agrarische cao’s . Tot die tijd willen wij dat de verblijven minimaal voldoen aan de normen van de SNF. 6. Huisvesting van arbeidsmigranten of werknemers op het agrarisch bedrijf is alleen mogelijk in combinatie met de agrarische activiteit, daarnaast moet de huisvesting minimaal voldoen aan de SNF-normering die op het moment van de aanvraag geldt. Daarnaast moeten ook de bepalingen in de Verordening Ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland in acht worden genomen. Verbetering leefsituaties Er zijn op diverse locaties in het buitengebied woonvormen gevonden die niet aan de bovengenoemde en huidige planologische eisen voldoen. Zowel de gemeente en de regio als LTO noord willen dat dit verandert. LTO heeft daarbij aangegeven dat zij haar leden zal motiveren en stimuleren om de toercaravans te verwijderen en te vervangen door adequate woongelegenheden. Uitgangspunt daarbij is dat agrariërs zich vrij moeten voelen de plaatsen te melden, zonder de angst voor onmiddellijke ontruiming. Het is vervolgens aan de gemeente om na te gaan of de huisvestingsplaats voldoet aan redelijke eisen van veiligheid en aan het bestemmingsplan. Op basis daarvan kan de gemeente bepalen of de huisvestingsplaats gehandhaafd kan blijven of dat partijen naar een alternatief moeten zoeken (Bed-voor-Bedregeling).

Rechtspraak bij dit artikel