Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf

Artikel 2:12

Maken, veranderen van een uitweg

Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GEERTRUIDENBERG 2021

1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. een uitweg te maken naar de weg; b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg c. een verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg, zoals bedoeld in artikel 2.2 lid 1 sub e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2. de vergunning kan worden geweigerd in het belang van: a. de bruikbaarheid en het veilige en doelmatig gebruik van de weg; b. indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente; e. strijd met het geldend bestemmingplan. 3. Het college beslist op de aanvraag om omgevingsvergunning binnen de genoemde termijnen zoals bedoeld in artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de gewenste uitweg wordt verboden. 4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de geldende omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel