1. De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde en veiligheid de sluiting bevelen van een
camping, recreatiepark of een jachthaven indien daar:
a. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel verworven of
overgedragen;
b. discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op
welke grond dan ook;
c. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen
ontheffing, vergunning of verlof is verleend;
d. zich andere feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het
geopend blijven van de camping, het recreatiepark of de jachthaven ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde;
2. De burgemeester kan de sluiting bevelen van een camping, recreatiepark of jachthaven indien:
a. de exploitant of beheerder handelt in strijd met het bepaalde in de artikel 2:38b, eerste lid, of
2:38c onder sub a en b;
b. de exploitant of beheerder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden
voorschriften;
3. De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde
belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen;
4. De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van de
inrichting of in de directe nabijheid daarvan;
5. De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf
Artikel 2:38e
Sluiting
Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GEERTRUIDENBERG 2021