Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5. › § 5.2

Artikel 5.2.2

Het persoonsgebonden budget

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2022

Iedereen wil graag zoveel mogelijk zeggenschap hebben over de invulling van het dagelijks leven. Dat geldt ook voor mensen met een beperking. Mensen willen zoveel mogelijk als kan leven volgens hun eigen agenda in plaats van de agenda van een ander. Ook willen zij de regie houden over de zorg: zélf werkafspraken maken en zélf beslissen wat er op welk moment gedaan moet worden en door wie. Dat zijn de belangrijkste redenen van mensen die zorg nodig hebben om te kiezen voor een pgb: zelf de regie over het leven. Het pgb instrument draagt bij aan het bereiken van de doelen. De gemeente zet in op duidelijke voorlichting aan de inwoners over de mogelijkheden en voorwaarden van het pgb. Het pgb moet een bewuste, vrijwillige en weloverwogen keuze van de inwoner zijn (en niet van de zorgverlener). De keuze voor een pgb kan een “geforceerde keuze” zijn als een zorgverlener geen contract voor hulp in natura heeft. Sommige (veelal kwetsbare) inwoners komen namelijk eerst in contact met een zorgverlener en daarna pas in contact met de gemeente. Als uit het onderzoek daarna een maatwerkvoorziening volgt, heeft de betreffende inwoner al een relatie met een zorgverlener. Als deze geen contract heeft, volgt de keuze voor een pgb. In dat geval is geen sprake van een bewuste keuze voor een pgb. Het college kan op basis van die motivatie alsnog zorgen voor een passende maatwerkvoorziening in natura. Als er geen passende zorgaanbieder is in het gecontracteerde aanbod, en de inwoner wil geen pgb of kan geen pgb beheren (ook niet met hulp van een vertegenwoordiger), dan kan de gemeente een uitzondering maken door een niet gecontracteerde aanbieder opdracht te geven een maatwerkvoorziening te leveren. Hiervoor gelden de pgb-tarieven uit het Besluit nadere regels. Pgb-onderzoek Als de noodzaak (en de aard en omvang) van een maatwerkvoorziening is vastgesteld, volgt het pgb-onderzoek. De zorgverlener is hierbij niet aanwezig. In het gesprek bespreekt de gemeente met de inwoner de motivatie van de inwoner en wordt vastgesteld of de inwoner (al dan niet met hulp van een vertegenwoordiger) voldoet aan de voorwaarden. inwoner stelt een pgb-plan op waarin doelen, activiteiten, inzet, frequentie, motivatie, tarieven, zorgverlener en de te hanteren kwaliteitseisen (veiligheid, cliëntgerichtheid en doeltreffendheid van het zorgaanbod) en vertegenwoordiger aan bod komen. Dit plan wordt getoetst om vast te stellen of aan de voorwaarden voldaan wordt. De gemeente toetst of de aanvraag en de inwoner voldoen aan de door de gemeente geformuleerde voorwaarden: De motivatie van de inwoner om te kiezen voor een pgb; Pgb-vaardigheid van de inwoner en de eventuele vertegenwoordiger; De kwaliteit van de in te kopen zorg en ondersteuning. 5.2.2.1 Voorwaarden om in aanmerking te komen voor een pgb De wet en, ter uitwerking hiervan, de Verordening bevatten een aantal voorwaarden waaraan moet worden voldaan om voor een persoonsgebonden budget in aanmerking te komen. Bekwaamheid inwoner en of zijn vertegenwoordiger De inwoner moet bekwaam zijn, dat wil zeggen dat hij op eigen kracht, of met hulp van iemand uit zijn sociaal netwerk of een vertegenwoordiger, op verantwoorde wijze kan omgaan met een pgb. Deze bekwaamheid wordt vooraf beoordeeld door de gemeente. Is de belanghebbende inwoners zelf, of met hulp uit het sociaal netwerk in staat de eigen situatie te overzien en zelf de benodigde hulp te kiezen, regelen en sturen? Is de inwoner goed op de hoogte van de rechten en plichten die horen bij het beheer van het pgb en kan hij hiermee omgaan? Is de belanghebbende inwoner in staat de opdrachtgeverstaak op zich te nemen om de volgende taken uit te voeren: Aanvragen van de ondersteuning (inclusief formuleren ondersteunings-, cq. zorgvraag); Inkopen van de zorg (sollicitatiegesprekken voeren), aansturen van de zorg (ook als de ondersteuningsvraag wijzigt) en evalueren van zorg; Goed werkgeverschap (afsluiten van contracten, facturen af te handelen, kwaliteit te bewaken en de voortgang van de hulpverlening); Coördinatie zorgverleners, familie en mantelzorg; Voeren van een administratie; Verantwoording afleggen; Overkoepelende taken (taalvaardig en ICT-vaardig). Als een budgethouder die taken niet allemaal zelfstandig kan vervullen (denk hier bijvoorbeeld aan handelingsonbekwaamheid of schuldenproblematiek), kan een vertegenwoordiger (een deel) van deze taken overnemen. Er zijn 4 vormen van wettelijke vertegenwoordiging: Curator Bewindvoerder Mentor Voogd. Daarnaast kan een budgethouder een persoonlijk gemachtigde hebben als vertegenwoordiger. De eisen waar de budgethouder aan moet voldoende gelden ook voor de vertegenwoordiger(s). De vertegenwoordiger moet aanwezig zijn bij het gesprek en wordt getoetst op zijn vaardigheden. Het gaat erom dat de vertegenwoordiger alle belangen van de inwoner (die gerelateerd zijn aan de budgethouder), kan behartigen en de inwoner daarin vertegenwoordigt. Bij een curator, bewindvoerder, mentor, voogd of gemachtigde is de vertegenwoordiging voor alle aan het pgb verbonden taken - niet automatisch gedekt. Een bewindvoerder wordt door de rechtbank aangewezen, om de vermogensrechtelijke/financiële belangen van de budgethouder te behartigen. Hieronder valt bijvoorbeeld het tekenen van bankoverschrijvingen of het opzeggen van de huurovereenkomst van een woning. De bewindvoerder vervult (als bewindvoerder sec) dus geen andere taken zoals werkgeversrol en regie op de ondersteuning/zorg. Als voorbereiding op het gesprek kunnen inwoners en hun vertegenwoordiger de zelftest van Per Saldo doen. De vertegenwoordiger mag niet de zorgverlener zijn of een relatie hebben met de zorgverlener (bijvoorbeeld als medewerker). Dit om de belangenverstrengeling tegen te gaan (aansturen, ondersteuning bieden en evalueren en controleren). Iemand die hulp biedt bij het beheer van het pgb is geen vorm van vertegenwoordiging. Verantwoordelijkheid voor het pgb blijft bij de budgethouder. De budgethouder moet voldoende pgb-vaardig zijn. Degene die hulp biedt, kan namelijk geen besluiten nemen namens de budgethouder (in tegenstelling tot een wettelijk vertegenwoordiger of een gemachtigde). Hulp bij aspecten van het pgb kan dus altijd, maar kent geen “status”. Pgb en beschermd wonen: Voor de producten beschermd wonen intramuraal basis en – intensief wordt geen pgb verstrekt. Voor de overige vormen gaan we terughoudend om met het afgeven van een pgb, vanwege de redelijke waardering van belangen van de inwoner. Immers, de inwoner is dermate kwetsbaar dat sprake is van een voorziening met beschermend karakter. De Gemeente toetst dan de pgb-aanvraag voor beschermd wonen extra kritisch op de pgb-vaardigheid van de inwoner en de vertegenwoordiger. De vertegenwoordiger van een inwoner beschermd wonen, is een familielid, maximaal 1e of 2egraadsfamilielid. Inzet uit het informele netwerk is niet toegestaan bij beschermd wonen, tenzij de hulp wordt geboden door een 1e of 2e graadsfamilielid die beschikt over relevante diploma’s. Voor het informele tarief bij kleinschalig thuis, onderzoekt de gemeente of er kosten zijn van een gemeenschappelijke ruimte. Als dat niet van toepassing is, wordt het tarief verlaagd. 5.2.2.2 Nader onderzoek voor verstrekken pgb. Als een inwoner zelf niet in staat is om het pgb-beheer uit te voeren, dan wordt gekeken of dit met hulp uit het eigen netwerk of een andere derden kan. Hierbij valt te denken aan de volgende situaties: De inwoner is handelingsonbekwaam; De inwoner heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke beperking, niet aangeboren hersenletsel, een ernstig psychiatrisch ziektebeeld of een blijvende cognitieve stoornis onvoldoende inzicht in de eigen situatie; Er is sprake van verslavingsproblematiek waardoor er onvoldoende inzicht is in de eigen situatie; Er is sprake van problematische schuldenproblematiek. Beoordeeld moet worden of de inwoner voldoende inzicht heeft in de eigen situatie; Er sprake is van aangetoonde fraude begaan in de vier jaar voorafgaand aan de huidige aanvraag of een pgb heeft ontvangen en niet heeft voldaan aan de voorwaarden; De inwoner de Nederlandse taal niet voldoende machtig is en hierdoor de beheer taken niet/onvoldoende kan uitvoeren; Deze opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een persoonsgebonden budget niet gewenst is. De gemeente kan het pgb weigeren en de aanvraag toekennen in natura (bij uitzondering als vorm van individuele contractering). De inwoner kan (eventueel met ondersteuning) zich vervolgens scholen op de onderdelen waar de inwoner onvoldoende pgb-vaardig is. Zodra de inwoner (eventueel met hulp van een vertegenwoordiger) wel voldoende pgb-vaardig is, kan alsnog de pgb-aanvraag volgen. Er is geen verantwoordingsvrij bedrag. Pgb-budgethouders mogen vanuit het budget in ieder geval de volgende uitgaven niet doen: Kosten voor bemiddeling; Kosten voor het voeren van een pgb-administratie; Reiskosten voor de hulpverlener (ook al staat dat in de zorgovereenkomst van de sociale verzekeringsbank genoemd); Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb; Kosten voor het aanvragen van een VOG; Kosten voor het deelnemen aan overleggen in het kader van afstemmen en samenwerken met andere hulpverleners; Contributie voor het lidmaatschap van Per Saldo (er zijn ziektekostenverzekeringen die hier een bijdrage voor kennen); Kosten voor het volgen van cursussen over het pgb; Kosten voor het bestellen van informatiemateriaal; Kosten voor eigen bijdragen (bijvoorbeeld CAK); Kosten voor feestdagenuitkering/cadeau zorgverlener; Alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Wmo vallen; Alle zorg en ondersteuning die vallen onder een algemene voorziening/ en of gebruikelijke voorzieningen; Activiteiten met een therapeutisch doel; Voor beschermd wonen geldt dat er geen kosten voor huisvesting uit het pgb betaalt mogen worden; Eenmalige uitkering bij overlijden budgethouder. Voorwaarden pgb besteden in het buitenland Als de verzekerde niet in Nederland woont, kan hij of zij geen pgb krijgen. Wel mag de budgethouder zorg in het buitenland inkopen. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: Als zorg in het buitenland wordt ingekocht bij lokale zorgverleners moet dit worden gemeld bij de SVB (als dit geldt voor een periode langer dan zes weken). Het pgb mag maximaal dertien weken per jaar worden gebruikt voor het inkopen van zorg in het buitenland (bij terminale zorg, maximaal één jaar). Kwaliteit van de dienstverlening Afhankelijk van het type hulp en ondersteuning worden meer of minder eisen gesteld over de kwaliteit van hulp en ondersteuning die wordt geboden met een pgb. In alle gevallen zijn de volgende kwaliteitseisen van toepassing: De zorgovereenkomst moet zijn afgestemd op het ondersteuningsplan dat met de inwoner is opgesteld en moet leiden tot de daarin afgesproken resultaten. Degene die ondersteuning verleent, moet een VOG kunnen overleggen. Degene die ondersteuning verleent, moet over een passende opleiding/registratie beschikken. Degene die ondersteuning verleent, neemt bij zijn werkzaamheden de zorg voor een goede hulpverlening in acht en handelt daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor die hulpverlener geldende professionele standaard, uiteraard voor zover de hulpverlener een professional is. Het college toetst periodiek de voortgang en de mate waarin de resultaten worden bereikt.

Rechtspraak bij dit artikel