Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Langdurig laag inkomen

Onderdeel van Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Laarbeek 2021

1.. Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 100% van de toepasselijke bijstandsnorm. 2.. De toepasselijke bijstandsnorm bedraagt voor toepassing van lid 1; voor gehuwden de norm genoemd in artikel 21 onder b van de wet (exclusief de vakantietoeslag); voor alleenstaande ouder 90% van de norm genoemd in artikel 21 onder b van de wet (exclusief de vakantietoeslag); voor alleenstaande 70% van de norm genoemd in artikel 21 onder b van de wet (exclusief de vakantietoeslag). 3.. Voor de toepassing van het eerste lid en tweede lid blijven tijdens de referteperiode ontvangen netto-inkomsten boven 100% van de bijstandsnorm tot een bedrag van € 3.820,- buiten beschouwing. 4.. In afwijking van het eerste lid wordt het percentage verhoogd, gedurende maximaal 24 maanden, naar 130% van de toepasselijke bijstandsnorm indien een persoon met een eerder vastgesteld recht op individuele inkomenstoeslag werk heeft aanvaard waardoor het recht op bijstand is beëindigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel