Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7.

Artikel 72.

Draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet 2021 gemeente Scherpenzeel

1.. Bijzondere bijstand wordt verleend met inachtneming van de draagkracht uit inkomen en/of vermogen van de belanghebbende en zijn gezin. 2.. Er is geen draagkracht uit inkomen en vermogen aanwezig bij: personen met een uitkering op grond van de PW; personen die in het kader van de Wgs een minnelijke of wettelijke schuldregeling hebben. 3.. Het inkomen als bedoeld in de artikelen 32 en 33 van de PW wordt als draagkracht in aanmerking genomen voor zover het meer bedraagt dan 130% van de voor belanghebbende toepasselijke bijstandsnorm. 4.. Voor personen met een inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag wordt 100% van het inkomen boven deze norm als draagkracht aangemerkt in het geval van: buitengewone verwervingskosten, met uitzondering van de kosten voor kinderopvang; woonkostentoeslagen; extra kledingkosten in verband met onvoorziene omstandigheden; begrafeniskosten voor nabestaanden. 5.. Bij de bepaling van de draagkracht wordt de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de PW buiten beschouwing gelaten. 6.. De draagkracht uit inkomen wordt bij een stabiel inkomen gebaseerd op het inkomen op het moment van aanvraag. In de volgende situaties wordt hiervan afgeweken: bij een onregelmatig inkomen wordt de draagkracht berekend op basis van het gemiddelde inkomen over de drie voorafgaande maanden; bij inkomen uit zelfstandig bedrijf of beroep, wordt de draagkracht berekend op basis van het inkomen over het kalenderjaar voorafgaand aan de bijzondere bijstandsaanvraag. Basis hiervoor is primair de (voorlopige) aanslag over dat jaar en secundair de aangifte, ingevolge de Belastingwet. 7.. Voor personen met een vermogen boven de van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, derde lid van de PW wordt 100% van het vermogen boven de grens als draagkracht aangemerkt. 8.. Voor de inkomensvaststelling en de vaststelling van het vermogen wordt aangesloten bij de uitgangspunten van de algemene bijstand. 9.. De draagkrachtperiode vangt aan op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de aanvraag is gedaan en heeft de duur van één jaar. 10.. Bij een wijziging van het netto-inkomen van 20% of meer kan de draagkracht in de eerder vastgestelde draagkrachtperiode tussentijds worden aangepast. 11.. De waarde van duurzame gebruiksgoederen zoals vervoermiddelen (brommers, motor, auto of caravan) worden niet in beschouwing genomen indien de levensduur minimaal 10 jaar of ouder is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel