Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 8.

Artikel 98.

Beëindigingsgronden

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet 2021 gemeente Scherpenzeel

[Vervallen per 1 oktober 2021] Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels kan het college besluiten tot beëindiging van het schuldhulpverleningstraject, indien: de belanghebbende niet langer voldoet aan het bepaalde onder artikel 56, dan wel een van de factoren genoemd in artikel 57, lid 2 onder a tot en met f; het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond; belanghebbende zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet langer wil gebruiken voor de aflossing van schulden; op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan verzoeker is toegekend terwijl, indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen; belanghebbende zich ten opzichte van de medewerker(s), belast met werkzaamheden die voortkomen uit de schuldhulpverlening, ernstig misdraagt; belanghebbende in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; de geboden schuldhulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van belanghebbende, niet langer passend is; schuldeiser(s) hun medewerking aan een minnelijke schuldregeling weigeren of opzeggen; faillissement van belanghebbende; er een WSNP-verklaring is afgegeven; belanghebbende voor de tweede keer niet is verschenen op een afspraak zonder hierover vooraf te berichten; belanghebbende zich niet naar vermogen inspant om de onderliggende oorzaak van de schuldenproblematiek op te lossen; de schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht; belanghebbende niet langer woonachtig is in de gemeente Scherpenzeel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel