[Vervallen per 1 oktober 2021]
Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels kan het college besluiten tot beëindiging van het schuldhulpverleningstraject, indien:
de belanghebbende niet langer voldoet aan het bepaalde onder artikel 56, dan wel een van de factoren genoemd in artikel 57, lid 2 onder a tot en met f;
het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;
belanghebbende zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet langer wil gebruiken voor de aflossing van schulden;
op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan verzoeker is toegekend terwijl, indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
belanghebbende zich ten opzichte van de medewerker(s), belast met werkzaamheden die voortkomen uit de schuldhulpverlening, ernstig misdraagt;
belanghebbende in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;
de geboden schuldhulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van belanghebbende, niet langer passend is;
schuldeiser(s) hun medewerking aan een minnelijke schuldregeling weigeren of opzeggen;
faillissement van belanghebbende;
er een WSNP-verklaring is afgegeven;
belanghebbende voor de tweede keer niet is verschenen op een afspraak zonder hierover vooraf te berichten;
belanghebbende zich niet naar vermogen inspant om de onderliggende oorzaak van de schuldenproblematiek op te lossen;
de schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht;
belanghebbende niet langer woonachtig is in de gemeente Scherpenzeel.
HOOFDSTUK 8.
Artikel 98.
Beëindigingsgronden
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet 2021 gemeente Scherpenzeel