Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 4.

Het inkomen van de aanvrager

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Participatie 2021 gemeente Laarbeek

1.. Bij het vaststellen van het inkomen wordt in aanmerking genomen het inkomen dat met enige regelmaat wordt genoten, na aftrek van de over het bruto-inkomen verschuldigde belastingen, sociale verzekeringspremies en pensioenpremies. 2.. Tot het inkomen wordt niet gerekend: uitkeringen ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet; toeslagen van de Belastingdienst (zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag, kindgebonden budget); uitkeringen en vergoedingen voor of tegemoetkomingen in specifieke kosten als vergoedingen voor bijzondere kosten ingevolge de Participatiewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; inkomsten uit onderhuur en inkomsten in verband met het houden van een kostganger; het bedrag van de vakantie-uitkering overeenkomstig de Participatiewet vast te stellen, mits het vakantiegeld onderdeel uitmaakt van de periodiek te ontvangen inkomsten; premies ingevolge de Re-integratieverordening Participatiewet Laarbeek 2018. 3.. Het aldus berekende inkomen wordt afgezet tegenover het onder artikel 1, sub f bedoelde norminkomen. Bij een overschrijding bestaat er geen recht op een vergoeding en wordt de aanvraag op grond van het inkomen afgewezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel