**1..** Bij het vaststellen van het inkomen wordt in aanmerking genomen het inkomen dat met enige regelmaat wordt genoten, na aftrek van de over het bruto-inkomen verschuldigde belastingen, sociale verzekeringspremies en pensioenpremies.
**2..** Tot het inkomen wordt niet gerekend:
uitkeringen ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet;
toeslagen van de Belastingdienst (zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag, kindgebonden budget);
uitkeringen en vergoedingen voor of tegemoetkomingen in specifieke kosten als vergoedingen voor bijzondere kosten ingevolge de Participatiewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
inkomsten uit onderhuur en inkomsten in verband met het houden van een kostganger;
het bedrag van de vakantie-uitkering overeenkomstig de Participatiewet vast te stellen, mits het vakantiegeld onderdeel uitmaakt van de periodiek te ontvangen inkomsten;
premies ingevolge de Re-integratieverordening Participatiewet Laarbeek 2018.
**3..** Het aldus berekende inkomen wordt afgezet tegenover het onder artikel 1, sub f bedoelde norminkomen. Bij een overschrijding bestaat er geen recht op een vergoeding en wordt de aanvraag op grond van het inkomen afgewezen.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.
Het inkomen van de aanvrager
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Participatie 2021 gemeente Laarbeek