Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 15.

Regels voor een financiële tegemoetkoming

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Voerendaal 2021

1.. Het college kan aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen, een financiële tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie op grond van artikel 2.3.5 van de wet. 2.. Een financiële tegemoetkoming kan worden verstrekt ten behoeve van vervoerskosten, aanpassing eigen auto, onderhoud-reparatie-keuring van elektrische (woon)voorzieningen, verhuis- en inrichtingskosten, tijdelijke huisvesting en sportvoorzieningen. 3.. Indien het CVV geen adequate voorziening is, kan desgevraagd een financiële tegemoetkoming verstrekt worden voor individuele (rolstoel)taxikosten of een auto-aanpassing van de eigen auto. De tegemoetkoming voor taxivervoer bedraagt € 1.200,- per jaar. De tegemoetkoming voor rolstoeltaxivervoer bedraagt € 1.800,- per jaar. De tegemoetkoming voor een auto-aanpassing bedraagt maximaal € 4.305,- en wordt maximaal eenmaal in de tien jaar verstrekt. Indien als gevolg van het verstrekken van een maatwerkvoorziening als bedoeld onder c extra verzekeringskosten en hogere kosten in verband met de motorrijtuigenbelasting ontstaan, komen deze meerkosten niet voor vergoeding in aanmerking. Een maatwerkvoorziening bedoeld als onder c) wordt niet verstrekt in geval de betreffende auto ouder is dan 5 jaar. Over de verstrekte tegemoetkomingen als bedoeld onder a en b is geen verantwoording aan het college verschuldigd. 4.. Een financiële tegemoetkoming voor onderhoud, keuring en reparatie ten behoeve van een verstrekte elektrische (woon)voorziening wordt, voor zover de gemeente hier geen andere overeenkomst voor heeft afgesloten met een leverancier, verstrekt indien: de (woon)voorziening in het kader van deze verordening of één van haar voorgangers is verleend; bij de verlening van de (woon)voorziening de aanvrager een onderhoudscontract met de leverancier dan wel een vergelijkbare onderneming heeft afgesloten voor de (woon)voorziening; en, in geval van een woonvoorziening, de aanvrager ten tijde van het onderhoud, keuring of reparatie de woonruimte als hoofdverblijf heeft en bewoont. 5.. De hoogte van de tegemoetkoming voor een voorziening als bedoeld in het vierde lid bedraagt de werkelijk gemaakte kosten, maar maximaal het tarief van het goedkoopste onderhoudscontract van de betreffende leverancier van de voorziening(en). De hoogte van de tegemoetkoming voor een reparatie van een voorziening als bedoeld in het vierde lid bedraagt, indien de reparatie niet te wijten valt aan onzorgvuldig gebruik van de voorziening, 100% van de kosten. 6.. Indien een persoon dient te verhuizen naar een voor hem/haar geschikte aangepaste woning kan het college een tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten verstrekken. De hoogte van de tegemoetkoming ten aanzien van verhuis- en inrichtingskosten bedraagt € 2.600,-. De aanvraag voor een tegemoetkoming verhuis- en inrichtingskosten wordt geweigerd indien de noodzaak tot het treffen van de voorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van de ergonomische beperkingen geen noodzakelijke aanleiding bestond, tenzij naar het oordeel van het college hiervoor een gegronde reden was. 7.. Het college kan een financiële tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting verlenen aan een persoon. Het betreffen kosten die moeten worden gemaakt in verband met het aanpassen van de huidige woonruimte of de nog te betrekken woonruimte. De kosten hebben alleen betrekking op de periode dat de woonruimte ten gevolge van het verrichten van de woningaanpassing niet bewoond kan worden, en de persoon als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan. Deze tegemoetkoming wordt alleen verleend als de persoon redelijkerwijs niet had kunnen voorkomen dat hij deze dubbele woonlasten zou hebben. De hoogte van de financiële tegemoetkoming bedraagt maximaal € 454,- per maand voor het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte. De hoogte van de financiële tegemoetkoming bedraagt maximaal € 350,- per maand voor het tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte. 8.. Een financiële tegemoetkoming kan op aanvraag worden verstrekt voor aanschaf, verzekering, onderhoud en reparatie van een sportvoorziening: De hoogte bedraagt maximaal € 3.000,-; De tegemoetkoming wordt maximaal eenmaal in de vijf jaar verstrekt; De aanvrager dient lid te zijn van een sportvereniging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel