Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5:

Artikel 18.

Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Voerendaal 2021

1.. Eisen deskundigheid beroepskrachten. Een aanbieder, die zorg in natura levert, of een cliënt aan wie een persoonsgebonden budget wordt toegekend, dient ervoor te zorgen dat bij de selectie van de beroepskracht of rechtspersoon die ondersteuning gaat bieden wordt voldaan aan de volgende kwaliteitseisen: het leveren van ondersteuning door middel van gekwalificeerd personeel, passend bij de behoeften en persoonskenmerken van de inwoner; het kunnen (blijven) beschikken over kwalitatief verantwoorde kennis en kunde middels scholing; beroepskrachten zijn, indien van toepassing, geregistreerd volgens de geldende beroepsregistratie; beroepskrachten die in contact kunnen komen met cliënten, voor zover zij hen ondersteuning bieden, bezitten een verklaring omtrent het gedrag (VOG) die niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop betrokkene voor de aanbieder dan wel als zelfstandige beroepskracht voor de cliënt ging werken; aanbieder dan wel de zelfstandige beroepskracht draagt zorg voor het naleven van beroeps- en meldcodes; beroepskrachten die in contact kunnen komen met cliënten spreken en schrijven de Nederlandse taal. 2.. Verstrekking van het persoonsgebonden budget, zoals bedoeld in artikel 14 , of de financiële tegemoetkoming, zoals bedoeld in artikel 15, vindt niet plaats indien: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat dat de belanghebbende problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget of de financiële tegemoetkoming; op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat dat de belanghebbende niet kan voldoen aan lopende financiële verplichtingen; op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat dat de verstrekking van het persoonsgebonden budget of de financiële tegemoetkoming niet leidt tot de noodzakelijke compenserende ondersteuning, zoals die is beschreven in het gespreksverslag; op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat dat de (medewerker van de) aanbieder of beroepskracht, die de ondersteuning gaat bieden, niet voldoet aan de kwaliteitseisen, zoals genoemd in lid 1; is gebleken dat de cliënt in het verleden met het persoonsgebonden budget of de financiële tegemoetkoming heeft gefraudeerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel