Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 3

Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk 2022

1.. Het college onderzoekt in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel zijn vertegenwoordiger en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding: Alle gegevens en bescheiden die naar oordeel van het college nodig zijn voor het onderzoek, de cliënt verschaft deze gegevens en bescheiden, inclusief zijn identificatie; de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de client; het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd zal zijn, en de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. 2.. Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2, tweede lid, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek. 3.. Als de hulpvraag in voldoende mate bekend is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien van een gesprek. 4.. Het college informeert de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure. 5.. Indien de cliënt een maatwerkvoorziening (dienst) wenst, dient hij hiervoor samen met de beoogde zorgaanbieder een zorgplan op te stellen. Indien de cliënt een persoonsgebonden budget wenst, dient hij hiervoor een budgetplan in te leveren. Dit kan na het gesprek, maar uiterlijk bij het indienen van een aanvraag. Tijdens het gesprek wordt de cliënt hierover geïnformeerd en in het ondersteuningsplan wordt gerapporteerd dat bij een aanvraag een zorg- dan wel budgetplan wordt ingeleverd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel