Om de parkeerdruk in woonwijken beheersbaar te houden, is en blijft de beleidsregel Parkeren op eigen terrein (POET) van kracht. Hiermee wordt nadrukkelijk gestuurd op het eerst benutten van de parkeerplek op eigen terrein, voordat de openbare parkeerruimte wordt bezet. Hierbij is en blijft sturing op het autobezit geen speerpunt. Het maximum aantal ontheffingen per woonadres blijft onbeperkt.
Een parkeerplek op eigen terrein moet voldoen aan de diverse criteria zoals benoemd in de beleidsregel ‘Parkeren op eigen terrein’ of ‘POET’. In dat geval wordt het woonadres opgenomen in het besluit lijst Parkeren op eigen terrein. Dit houdt in dat voor de eerste auto van dat woonadres geen parkeervergunning of –ontheffing wordt uitgegeven om in de openbare ruimte te parkeren. De eerste auto dient geparkeerd te worden op eigen terrein.
Naast het POET-beleid vindt er geen sturing op het autobezit plaats. Er geldt geen maximum aan het aantal ontheffingen of vergunningen per adres.
Hoofdstuk 4.
Artikel 7.5.
Visiepunt 4 – Benutten van parkeerplekken
Onderdeel van Parkeerbeleidsplan 2021