Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Storting in het Vereveningsfonds

Onderdeel van Verordening Vereveningfonds sociale woningbouw Hillegom

1.. Indien een project minder sociale huurwoningen bevat dan het in het woningbouwprogramma hiervoor vastgestelde percentage, is de storting van de afkoopsom verschuldigd naar rato van het aantal niet-gerealiseerde sociale huurwoningen. 2.. Het tekort in het aandeel sociale huur wordt bepaald middels de berekening uit artikel 3.12. 3.. Stortingen in het fonds zijn gerelateerd aan de categorie uit het woonprogramma en vorm van de te realiseren woningen. Het type kan een grondgebonden of een gestapelde woning (appartement) zijn. 4.. De storting wordt bepaald aan de hand van het gerealiseerde programma in een project. Het aantal niet-gerealiseerde sociale huurwoningen wordt evenredig verdeeld over de type woningen in de categorieën middelduur en vrij bouwprogramma die in een project worden gerealiseerd. De hoogte van de storting wordt als volgt bepaald: Vrij bouwprogramma, grondgebonden: € 75.000 per woning; Vrij bouwprogramma, gestapeld: € 40.000 per woning; Middelduur programma, middeldure huur, grondgebonden: € 50.000 per woning; Middelduur programma, middeldure huur, gestapeld: € 20.000 per woning; Middelduur programma, betaalbare koop, grondgebonden: € 30.000 per woning; Middelduur programma, betaalbare koop, gestapeld: € 10.000 per woning. 5.. In het geval een storting in het Vereveningsfonds is vereist wordt dit vastgelegd in een (anterieure) overeenkomst. Hierbij wordt overeengekomen dat initiatiefnemer verplicht is om de in het vorige artikel bepaalde storting binnen een maand nadat de omgevingsvergunning onherroepelijk is geworden aan de Gemeente te voldoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel