Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Weigering en beëindigingsgronden

Onderdeel van Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Zevenaar 2021

Indien aanvrager niet of in onvoldoende mate de verplichtingen uit artikel 4 nakomt, kan het college besluiten om een aanvraag schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen indien: Het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond; Er sprake is van een niet-regelbaar schuldenpakket of een niet-regelbare schuldenaar; De totale schuldensituatie niet is vast te stellen; De hoogte van de afloscapaciteit is niet vast te stellen; De schuldenaar zijn beschikbare afloscapaciteit niet wilt gebruiken voor de aflossing van de schulden; Er op grond van onjuiste gegevens schuldhulpverlening is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen; De schuldenaar zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt; De schuldenaar zich niet naar vermogen inspant en zich niet aan de gemaakte afspraken houdt om de onderliggende oorzaak van de schuldenproblematiek op te lossen zoals geformuleerd in artikel 5 lid 2e; de schuldenaar nieuwe schulden is aangegaan; de schuldenaar is komen te overlijden; er een Wsnp-verklaring is afgegeven; de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is; de schulddienstverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht; de aanvrager opzettelijk of verwijtbaar fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en hij in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd, tenzij de fraudevordering volledig is betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel