Deze beleidsregel kan worden aangehaald als ‘Standplaatsenbeleid Bladel 2021’.
Bladel, 5 oktober 2021
Burgemeester en wethouders voornoemd,
de secretaris, drs. E.L.C.M. Mol
de burgemeester, ir. R.P.G. Bosma
Bijlage Toelichting bij Standplaatsenbeleid Bladel 2021
1.1. Aanleiding
Op 21 september 2010 is de “Beleidsregels voor standplaatsen gemeente Bladel” vastgesteld. Deze beleidsregel is op 2 oktober 2010 in werking getreden. Vanwege actualisatie wordt het beleid voor standplaatsen aangepast. Het ‘Standplaatsenbeleid Bladel 2019” vervangt de “Beleidsregels voor standplaatsen gemeente Bladel”.
1.2. Doel
De beleidsregel is opgesteld om te komen tot een rechtmatige en doelmatige uitoefening van Paragraaf 4.11.2 van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Bladel. Hierdoor zijn burgers en bedrijven door de beleidsregel vooraf beter op de hoogte van de criteria die worden gehanteerd bij de beoordeling van aanvragen om standplaatsvergunning. Toepassing van de beleidsregel maakt dat in gelijke gevallen, gelijk gehandeld wordt. Ten aanzien van een transparante en efficiënte dienstverlening worden met de beleidsregels twee doelen bereikt:
Er is vooraf duidelijkheid over de haalbaarheid van aanvragen in relatie tot de VFL en de APV;
De procedure om tot een besluit op een aanvraag te komen wordt bespoedigd.
Daarnaast biedt in juridische zin het instrument van de beleidsregel de volgende voordelen voor zowel het college als voor burgers en bedrijven:
Rechtszekerheid: de beleidsregel informeert burgers en bedrijven wanneer het college wel en wanneer het niet gebruik zal maken van een bevoegdheid om een bepaald besluit te nemen (artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht).
Motivering: het hanteren van beleidsregels zorgt ervoor dat het bestuur een goede invulling geeft aan het motiveringsbeginsel (artikel 4:82 van de Algemene wet bestuursrecht).
Flexibiliteit: de beleidsregel biedt het bestuur meer flexibiliteit dan het instrument van de verordening (wettelijk voorschrift). Het is eenvoudiger om een beleidsregel aan te passen dan een verordening.
Afwijkingsmogelijkheid: In artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat het college overeenkomstig de beleidsregel handelt, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Uit deze bepaling vloeit voort dat voor het college de mogelijkheid bestaat om van de beleidsregel af te wijken (dit wordt de inherente afwijkingsmogelijkheid genoemd). De mogelijkheid om van de beleidsregel af te wijken kan slechts in bijzondere omstandigheden gehanteerd worden. Afwijken is mogelijk en geboden, als de strikte naleving van de beleidsregel, gelet op de strekking van de beleidsregel en de onderliggende wettelijke regeling, in het concrete geval niet nodig is en bovendien een onevenredig nadeel voor de belanghebbenden zou opleveren. Soms kan dit op voorhand duidelijk zijn, maar soms kan dit ook pas blijken als de beoordelingsprocedure van een vergunningaanvraag al is gestart (bijvoorbeeld als gevolg van zienswijzen die worden ingediend). In het algemeen valt niet aan te geven wanneer sprake is van een onevenredig nadeel. Dit zal per situatie moeten worden beoordeeld.
1.3. Wettelijke bepalingen
Paragraaf 4.11.2 van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Bladels zijn artikelen opgenomen over het innemen van standplaatsen.
Artikel 1:3, lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de artikelen 4:81 tot en met 4:84 van de Awb bepalen dat beleidsregels vastgesteld kunnen worden.
1.4. Toepassing
1.4.1. Afwijkingsbevoegdheid
In deze beleidsregel is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Dit betekent dat als aan de beleidsregel wordt voldaan, maar er een onevenredig nadeel is voor mogelijke belanghebbenden het college kan besluiten geen medewerking te verlenen. Het voldoen aan de beleidsregel is dan ook geen garantie dat ook daadwerkelijk gecollecteerd mag worden, gevent mag worden of een standplaats ingenomen mag worden. In de beleidsregel is ook opgenomen dat het college de bevoegdheid heeft om de beleidsregel in een specifieke situatie te beperken.
1.4.2. Procedurele vereisten
De aanvragen worden afgehandeld conform de procedure opgenomen in hoofdstuk 1 van de VFL.
Als er sprake is van het geheel of gedeeltelijk afwijzen van een aanvraag moet de aanvrager op grond van artikel 4:7 van de Algemene wet bestuursrecht vooraf in de gelegenheid worden gesteld zienswijzen naar voren te brengen.