Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.3

Vaststelling Lokale Maximale Waarden

Onderdeel van Nota bodembeheer gemeente Tilburg

4.3.1Inleiding De mogelijkheid voor hergebruik van gebiedseigen (licht verontreinigde) grond op relatief schone gebieden is onder het generieke kader van het Besluit niet toegestaan. Alleen met gebiedsspecifiek beleid mag lokale verslechtering plaatsvinden. Door gebiedsspecifiek grondstromenbeleid op te stellen, wordt het mogelijk dat in relatief schone gebieden, gebiedseigen licht verontreinigde grond mag worden toegepast. Voor deze gebieden worden zogenaamde Lokale Maximale Waarden vastgesteld. Met het gebiedsspecifieke beleid wordt voorkomen dat de gemeente en derden onnodig hoge kosten moeten maken voor de afvoer van licht verontreinigde grond of kosten voor extra onderzoek. Ook worden door de gemeente strengere Lokale Maximale Waarden vastgesteld voor het toepassen van grond op terreinen met een gevoelig bodemgebruik. In de hierna volgende paragrafen worden de verschillende Lokale Maximale Waarden gedefinieerd. De gedefinieerde Lokale Maximale Waarden gelden niet voor grond van buiten het bodembeheergebied (zie ook § 4.2 en § 4.11). Uitzondering hierop vormen de Lokale Maximale Waarden die strenger zijn vastgesteld dan het generieke kader van het Besluit (zie § 4.3.2). 4.3.2Lokale Maximale Waarden toepassen van grond op plaatsen waar kinderen spelen en moes- en volkstuin(complex)en In sommige gebieden is het toegestaan om grond met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ toe te passen. De gemeente stelt daarentegen bij plaatsen waar kinderen spelen3Onder plaatsen waar kinderen spelen wordt verstaan: onverharde openbare kinderspeelplaatsen, natuur kinderspeelplaatsen, onverharde delen op schoolpleinen, onverharde speelplaatsen bij (particuliere) kinderopvanginstellingen. en moes-/volkstuin(complex)en strengere eisen als daar grond wordt toegepast. Dit om bij het (toekomstig) bodemgebruik eventuele risico’s uit te sluiten. Binnen de gemeente moet de grond die wordt toegepast op plaatsen waar kinderen spelen en moes-/volkstuin(complex)en4Het betreft moestuin- en volkstuin(complex)en met een oppervlakte > 200 m² en tuinen met >200 m² gewasteelt. voldoen aan de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’. De nieuw aan te leggen plaatsen waar kinderen spelen en moes-/volkstuin(complex)en moeten worden voorzien van een minimaal 0,5 meter dikke deklaag waarvan de kwaliteit voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’. De kwaliteit van de toe te passen grond die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’ moet worden aangetoond met een partijkeuring. Als er aanleiding is dat de grond verdacht is voor verhoogde gehalten met asbest, moet asbest ook in de partijkeuring worden meegenomen (historische gegevens, zintuiglijk en analytisch). De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde Lokale Maximale Waarden (zie § 4.3.4, tabel 4.1). Voor de gemeente is dit nieuw beleid. De Lokale Maximale Waarde voor plaatsen waar kinderen spelen en moes-/volkstuin(complex)en is vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’. De nieuw aan te leggen plaatsen waar kinderen spelen en moes-/volkstuin(complex)en moeten worden voorzien van een minimaal 0,5 meter dikke deklaag waarvan de kwaliteit voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarden (AW2000)’. De kwaliteit van de grond moet worden aangetoond met een partijkeuring. De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de Lokale Maximale Waarden (zie § 4.3.4, tabel 4.1). 4.3.3Lokale Maximale Waarden toepassen en tijdelijke opslag van grond op terreinen met de (toekomstige) bodemfuncties ‘Industrie’ en ‘Wonen’ Om de nu relatief beperkte generieke toepassingsmogelijkheden van grond met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ en ‘Wonen’ te vergroten, staat de gemeente onder voorwaarden toe dat in gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’ en ‘Wonen’, grond mag worden toegepast die voldoet aan de (toekomstige) bodemfunctie (zie kaartbijlage 5). De rijkswegen, provinciale wegen, spoorwegen, grotere doorgaande wegen in beheer van de gemeente en wegen in het buitengebied, inclusief de onverharde bermen, vallen in de bodemfunctieklasse ‘Industrie’. Met onverharde wegbermen wordt bedoeld de strook grond naast de weg of spoorweg. De strook heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur B1-1 in bijlage 1): de erfgrens; of de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot; of de meest nabij gelegen insteek van een natte sloot; of als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bossages, bos). De Lokale Maximale Waarde voor terreinen met de (toekomstige) bodemfunctie ‘Industrie’ wordt vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Industrie’. De Lokale Maximale Waarde voor terreinen met de (toekomstige) bodemfunctie ‘Wonen’ wordt vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Wonen’. De kwaliteitsklassen ‘Industrie’ en ‘Wonen’ zijn gelijk of beter aan de generieke Maximale Waarde van het bodemgebruik in deze gebieden (‘Industrie’ of ‘Wonen’). Hierdoor treden er bij het huidige bodemgebruik geen risico's op. Volgens het generieke kader van het Besluit moet bij de tijdelijke opslag van grond (langer dan 6 maanden en maximaal 3 jaar) de kwaliteit van de grond voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem (zie tabel B3A-3.2 van bijlage 3A). In gebieden waarvoor hierboven Lokale Maximale Waarden zijn gedefinieerd, kan dit tot een knelpunt leiden. De grond mag wel worden toegepast maar niet tijdelijk worden opgeslagen. Daarom verruimt de gemeente in deze gebieden de regels voor de tijdelijke opslag van grond. Een partij grond uit het bodembeheergebied van de gemeente (zie § 4.2) mag, voorafgaand aan de definitieve toepassing, tijdelijk worden opgeslagen als de kwaliteit van de grond voldoet aan de hiervoor gedefinieerde Lokale Maximale Waarde. De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde Lokale Maximale Waarden (zie § 4.3.4, tabel 4.1). Voor de gemeente is dit een voortzetting van het tot nu toe gevoerde beleid. Voor het toepassen en de tijdelijke opslag van grond op terreinen met de bodemfuncties ‘Industrie’ en ‘Wonen’ worden de Lokale Maximale Waarden vastgesteld op respectievelijk de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ en ‘Wonen’. De rijkswegen, provinciale wegen, spoorwegen, grotere doorgaande wegen in beheer van de gemeente en de wegen in het buitengebied, inclusief de onverharde bermen, vallen in de bodemfunctieklasse ‘Industrie’. De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de Lokale Maximale Waarden (zie § 4.3.4, tabel 4.1). 4.3.4Lokale Maximale Waarden toepassen PFAS-houdende grond in de gemeente Tilburg 4.3.4.1Definiëren Lokale Maximale Waarden PFAS-verbindingen Zoals uit onderzoek is gebleken, wordt in de grond een variatie aan gehalten met PFAS-verbindingen vastgesteld. Ook op locatieniveau is vaak sprake van variatie in gehalten. Om beter invulling te geven aan de voorkomende variatie, wordt door de gemeente voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 3,0 meter diepte Lokale Maximale Waarden voor PFAS-verbindingen in de grond van de gemeente Tilburg gedefinieerd. Deze zijn gebaseerd op de 95-percentielwaarde595% van de analyseresultaten in het betreffende gebied ligt beneden deze waarde. Als de 95-percentielwaarde lager is dan de voorlopige landelijke toepassings- en achtergrondwaarde voor PFAS-houdende grond voor de bodemfunctieklasse landbouw/natuur, dan wordt deze laatste als toepassingseis gehanteerd voor de bodemfunctieklasse landbouw/natuur. van de bovengrond én de mogelijkheden die het geactualiseerde tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie biedt (zie tabel 4.1). Gezien de vastgestelde licht verhoogde gehalten binnen de gemeente Tilburg, vindt de gemeente de gedefinieerde Lokale Maximale Waarden een voldoende kwaliteit om zonder risico’s grond met licht verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen in de gemeente toe te staan. Voor de gemeente is dit nieuw beleid. Tabel 4.1 Lokale Maximale Waarden PFAS-verbindingen in de grond van de gemeente Tilburg Stof Lokale Maximale Waarden PFAS-verbindingen (in µg/kg ds) Bodemfunctie Wonen en Industrie* (boven grondwaterniveau tot maximaal 3,0 m-mv) PFOA (som), PFOA (lineair), PFOA (vertakt) 7,0 PFOS (som), PFOS (lineair), PFOS (vertakt) 3,0 Elke andere PFAS-verbinding 3,0 Bodemfunctie Overig (Landbouw/natuur; boven grondwaterniveau tot maximaal 3,0 m-mv) PFOA (som), PFOA (lineair), PFOA (vertakt) 0,84 PFOS (som), PFOS (lineair), PFOS (vertakt) 1,56 Elke andere PFAS-verbinding** 0,80 Onder grondwaterniveau en/of dieper dan 3,0 m-mv (alle bodemfuncties)** PFOS (som), PFOS (lineair), PFOS (vertakt) 0,90 Elke andere PFAS-verbinding 0,80 * Hierbij wordt aangesloten bij de voorlopige landelijke toepassingswaarden voor PFAS-houdende grond en baggerspecie bij de bodemfunctieklassen ‘Wonen’ en ‘Industrie’. Op basis van de huidige inzichten is er bij de aangegeven waarden geen sprake van risico’s voor de gezondheid en overschrijding van effectniveaus voor het ecosysteem. ** Hierbij wordt aangesloten bij de voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-verbindingen. 4.3.4.2Gemeentelijke toepassingseisen PFAS-houdende grond (vanaf het maaiveld tot en met 3 meter diepte) De gemeente wil het beleid voor PFAS-houdende grond optimaliseren én het grondgebied vrijwaren van verslechtering van de bestaande bodemkwaliteit voor PFAS-verbindingen. Om deze reden stelt de gemeente toepassingseisen vast voor hergebruik van PFAS-houdende grond. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente en derden onnodig hoge kosten moeten maken voor de afvoer van grond dat zeer licht met PFAS-verbindingen is belast. Van alle grond die wordt toegepast in de gemeente Tilburg moeten de PFAS-gehalten bekend zijn. Dit kan met: De eigen (door de gemeente Tilburg) bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaart, maar ook een door de gemeente Tilburg geaccepteerde bodemkwaliteitskaart, in combinatie met een historisch onderzoek (conform de NEN 5725 en/of een volledig ingevuld Vragenformulier historische informatie; zie bijlage 7) waaruit blijkt dat de ontgravingslocatie niet verdacht is voor de aanwezigheid van PFAS-verbindingen als gevolg van een (bedrijfsmatige) activiteit (zie § 4.2 en hoofdstuk 6). Een al uitgevoerd bodemonderzoek volgens de NEN5740 in combinatie met de ontgravingskaart van een geaccepteerde bodemkwaliteitskaart (zie § 4.14.2.2). Een partijkeuring volgens de eisen die volgen vanuit het Besluit; dit geldt standaard voor grond van buiten de provincie Noord-Brabant (zie § 7.2.1). De PFAS-kwaliteit van de grond vanuit de provincie Noord-Brabant, moet voldoen aan de Lokale Maximale Waarden die zijn benoemd in tabel 4.1. Deze zijn afhankelijk van de bodemfunctie van de ontvangende bodem. Als grond dieper dan 3,0 meter wordt toegepast, gelden de (voorlopige) landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-verbindingen: 0,9 µg/kg ds voor PFOS (som, lineair, vertakt) en 0,8 µg/kg ds voor de andere PFAS-verbindingen. De PFAS-kwaliteit van de grond van buiten de provincie Noord-Brabant, moet altijd voldoen aan de (voorlopige) landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-verbindingen: 0,9 µg/kg ds voor PFOS (som, lineair, vertakt) en 0,8 µg/kg ds voor de andere PFAS-verbindingen. Voor de gemeente is dit nieuw beleid. 4.3.4.3Toepassingseisen PFAS-houdende grond onder grondwaterniveau De grond die wordt verwerkt onder grondwaterniveau6Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau’: Op een diepte van 1 meter en meer onder het maaiveld. Als de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terecht komt, wordt de grond geacht boven het grondwater te zijn toegepast., met inbegrip van grootschalige bodemtoepassingen, moet voldoen aan de (voorlopige) landelijke achtergrondwaarde: PFOS: 0,9 µg/kg ds en de overige PFAS-verbindingen: 0,8 µg/kg ds. De gemeente volgt hierin het landelijke beleid. 4.3.4.4Mogelijkheden kleinschalig grondverzet PFAS-houdende grond Het komt vaak voor dat er bij bijvoorbeeld loonwerkers of de gemeentelijke afdeling voor groenonderhoud kleine partijen grond vrijkomen. Bijvoorbeeld bij (groen-) onderhoudswerkzaamheden of het plaatsen van bomen. In principe moeten alle vrijkomende kleine partijen grond die naar elders worden getransporteerd (bijvoorbeeld een grondbank, verwerker of stortplaats), worden onderzocht op PFAS-verbindingen. De mogelijkheid bestaat om kleine partijen vrijkomende grond niet te onderzoeken op PFAS-verbindingen, maar bij elkaar te verzamelen tot maximaal 25 m3 (zie artikel 4.3.2 van de Regeling), bijvoorbeeld in een hiervoor bestemde container. De samengevoegde partijtjes grond moeten vervolgens worden aangeboden aan een erkend bodemintermediair die is gecertificeerd en erkend voor de BRL 9335 – protocol 9335-1. Volgens paragraaf 6.1 van protocol 9335-1 kunnen partijen grond tot 100 ton worden ingenomen op basis van beperkte voorinformatie, dus ook grond die niet geanalyseerd is op PFAS-verbindingen. Individuele kleine partijen PFAS-houdende grond kunnen, afhankelijk van de acceptatiecriteria, ook bij erkende grondverwerkers (reiniger, grondbank) worden aangeboden. De bodemkwaliteitskaart kan worden gebruikt ter onderbouwing van de kwaliteit van de aangeboden grond. De gemeente volgt hierin het landelijke beleid. 4.3.4.5Toekomstige bijstelling van de voorlopige landelijke achtergrondwaarden en (toepassings)waarden voor PFAS-houdende grond Tot en met 2020 wordt er nog veel onderzoek gedaan naar PFAS-verbindingen (bijvoorbeeld naar mobiliteit, uitloging, bioaccumulatie en gedrag in grondwater) en worden er landelijk veel meetgegevens door het RIVM verzameld. Op basis van deze onderzoeken en meetgegevens worden interventiewaarden gedefinieerd en worden mogelijk de voorlopige landelijke achtergrondwaarden en toepassingswaarden voor PFAS-verbindingen aangepast. Als interventiewaarden worden gedefinieerd, volgt de gemeente de landelijke normen. Als de voorlopige landelijke achtergrondwaarden en/of toepassingswaarden voor PFAS-houdende grond worden gewijzigd, evalueert de gemeente deze met de in deze nota bodembeheer gedefinieerde Lokale Maximale Waarden en gemeentelijke toepassingswaarden voor hergebruik van PFAS-houdende grond. Indien van toepassing worden de gemeentelijke toepassingswaarden gewijzigd en bestuurlijk vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel