Het toepassen van grond uit een tijdelijke opslag moet in de meeste situaties voorafgegaan worden door een partijkeuring (zie § 7.2.1). Afhankelijk van de resultaten van de partijkeuring mag de grond worden toegepast. De gemeente staat toe dat de bodemkwaliteitskaart, of een geaccepteerde bodemkwaliteitskaart (zie § 4.2), als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de grond mag worden gebruikt, als wordt aangetoond dat de grond:
afkomstig is van een voor bodemverontreiniging niet-verdachte locatie (volgend uit historisch onderzoek; zie § 7.1); én
afkomstig is uit een bodemkwaliteitszone van de eigen of van een geaccepteerde bodemkwaliteitskaart (zie § 4.2); én
niet tussentijds is bewerkt (bijvoorbeeld samengevoegd met andere partijen grond); én
niet is opgeslagen binnen een inrichting in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en/of de Wet milieubeheer.
Als aan één of meerdere voorwaarden niet kan worden voldaan, moet een partijkeuring worden uitgevoerd. Als al een partijkeuring is uitgevoerd, dan moet alleen aan de derde voorwaarde worden voldaan. De toepassing van grond uit een tijdelijke opslag moet altijd worden gemeld (zie § 8.2.1).
Samenvoegen van partijen grond mag alleen onder erkenning van de BRL SIKB 9335[11] of de BRL SIKB 7500[12].
Splitsen van een partij grond is toegestaan, ook zonder erkenning. Het splitsen moet goed worden gedocumenteerd door de initiatiefnemer. Conform artikel 4.3.1 van de Regeling moet worden vastgelegd:
de relatie tussen de deelpartij en de oorspronkelijke partij,
de persoon of instelling welke de splitsing heeft uitgevoerd, en
de datum waarop de splitsing is uitgevoerd.
Het beschikbare bewijsmiddel blijft geldig voor verschillende gesplitste deelpartijen. Als de grond die wordt toegepast onder certificaat wordt gesplitst, moet rekening worden gehouden met het gestelde in § 6.9 van het BRL SIKB 9335 protocol.
Als partijen herbruikbare grond illegaal zijn samengevoegd, dan volgt de gemeente het document “Omgaan met illegaal samengevoegde partijen”[13]. Dit document ziet expliciet niet toe op het samenvoegen van niet herbruikbare (ernstig verontreinigde) grond met hergebruiksgrond (licht verontreinigd). In dat kader is onderdeel B7 van het Landelijk Afvalbeheerplan 3 als uitwerking van Hoofdstuk 10 Wet milieubeheer van toepassing.
Voor de gemeente is dit nieuw beleid.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.8
Toepassen van grond uit een tijdelijke opslag
Onderdeel van Nota bodembeheer gemeente Tilburg