Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening beheer woonruimtevoorraad gemeente Vlaardingen 2021

1.. In deze verordening wordt verstaan onder: begeleiding: begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; behandeling: behandeling, verpleging en zorg op grond van de Wet langdurige zorg; beschermd wonen: beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, indien door burgemeester en wethouders op grond van die wet het beschermd wonen als maatwerkvoorziening is verstrekt of door hen voor het beschermd wonen een persoonsgebonden budget is toegekend; bestaande situatie: de situatie waarin de handeling of handelingen waarvoor de vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 van de wet wordt aangevraagd, nog niet zijn verricht; beoogde situatie: de situatie die ontstaat ten gevolge van het verrichten van de handeling of handelingen waarvoor de vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 van de wet wordt aangevraagd; convenant: het Convenant tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten, dat 9 maart 2021 gesloten is tussen de gemeente Vlaardingen, Stichting Waterweg Wonen, Woningstichting Samenwerking Vlaardingen, Stipt, Tradiro, Homeflex en United Homes; corporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; eigenaar: de eigenaar in de zin van artikel 1 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, de erfpachter als bedoeld in titel 7 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek en de appartementseigenaar als bedoeld in artikel 106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; flat- of portiekwoning: woonruimte gelegen in een woongebouw waarbij de toegang vanaf de openbare weg gedeeld wordt met andere in dat woongebouw gelegen woonruimten; gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; gemeenschappelijke ruimten: de ruimten in een woonruimte die voor gebruik door alle leden van het huishouden bestemd zijn; huishouden: één of meer personen die in vast verband samenleven, waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid; huurprijsgrens: de huurprijsgrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de huurtoeslag; kamergewijze bewoning: het bewonen van onzelfstandige woonruimte; kadastraal splitsen: het splitsen van woonruimte als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de wet en het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten als bedoeld in artikel 22, derde lid, van de wet; kantoor aan huis: het gebruik van een ondergeschikt deel van woonruimte als kantoor door de in de woonruimte woonachtige eigenaar; onttrekken: het anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet; omzetten: van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet; onzelfstandige woonruimte: bewoonde of kennelijk voor bewoning geschikte of bedoelde ruimte, welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken en sanitaire voorzieningen; praktijkruimte aan huis: het gebruik van een ondergeschikt deel van woonruimte als praktijkruimte door de in de woonruimte woonachtige eigenaar; samenvoegen: anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet; verordening: de Verordening beheer woonruimtevoorraad Vlaardingen 2021; vloeroppervlak: gebruiksoppervlakte als bedoeld in Bouwbesluit 2012; wet: de Huisvestingswet 2014; woningvormen: het tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d, van de wet; WOZ-waarde: de voor het kalenderjaar 2022 geldende, op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde, waarde. 2.. In deze verordening is van het voeren van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding sprake indien: een huishouden bestaat uit twee of meer personen; en deze personen langdurig en voor onbepaalde tijd een gemeenschappelijke huishouden vormen of voornemens zijn te vormen; en alle leden van het huishouden in materiële en in immateriële aangelegenheden in betekenisvolle mate van elkaar afhankelijk zijn; en het huishouden niet in een periode van één jaar van samenstelling veranderd is, tenzij de veranderingen naar algemene maatstaven in overeenstemming zijn met de aard van een duurzaam gemeenschappelijk huishouden; en de ruimten van de woonruimte door de leden van het huishouden worden gedeeld; en de meerderjarige leden van het huishouden zelfstandig het initiatief tot het vormen van het huishouden hebben genomen; en er voor de bewoning van de woonruimte door het huishouden een huisvestingsvergunning verleend is, indien vereist. 3. . Indien voor woonruimte de in het eerste lid, onder z, bedoelde waarde niet is vastgesteld, wordt in deze verordening als WOZ-waarde aangemerkt: de ten tijde van het indienen van de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 van de wet geldende, op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde, waarde; of, de ten tijde van de aanvang van het handelen in strijd met een in artikel 21 of 22 van de wet opgenomen verbod geldende, op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde, waarde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel