**1..** In afwijking van het bepaalde in artikel 2, gelden de verboden opgenomen in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a (onttrekken), b (samenvoegen), c (omzetten) en d (woningvormen) van de wet niet voor standplaatsen.
**2..** De in artikel 21, tweede lid, van de wet bedoelde vrijstelling van de verboden opgenomen in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a (onttrekken) en, c (omzetten) geldt voor de volgende gevallen:
het door een in Bijlage 3 bij deze verordening vermelde rechtspersoon in gebruik geven van woonruimte aan een huishouden in het kader van en voor de duur van begeleiding, beschermd wonen of behandeling;
het bewonen van woonruimte uitsluitend door ten hoogste twee personen die niet tot hetzelfde huishouden behoren bewonen, voor de duur van die bewoning.
**3..** Aan de in het tweede lid bedoelde vrijstelling worden de volgende voorschriften en beperkingen verbonden:
Tenminste twee weken voordat een in het tweede lid bedoelde vorm van bewoning aanvangt, meldt de eigenaar van de woonruimte dit bij burgemeester en wethouders; en,
Uiterlijk twee weken nadat een in het tweede lid bedoelde vorm van bewoning is geëindigd, meldt de eigenaar van de woonruimte dit bij burgemeester en wethouders.
**4..** Burgemeester en wethouders kunnen vaststellen op welke wijze de in het derde en bedoelde meldingen dienen te geschieden.
Artikel 3.
Uitzonderingen op de in artikel 2 bedoelde vergunningplicht
Onderdeel van Verordening beheer woonruimtevoorraad gemeente Vlaardingen 2021