De toezichthouder heeft als taak om de rapportages van toezichtsbezoeken waar nodig te voorzien van verbetermaatregelen in de vorm van corrigerende maatregelen, advies- of stimuleringsmaatregelen:
Corrigerende maatregel: een interventie die tot doel heeft een geconstateerde tekortkoming door de Wmo-aanbieder zelf ongedaan te laten maken.
Een advies- of stimuleringsmaatregel: een informele niet-wettelijk voorgeschreven interventie die tot doel heeft de Wmo-aanbieder bewust te maken van de risico’s met betrekking tot de kwaliteit van haar dienstverlening.
De bovenstaande maatregelen worden vervolgens door de toezichthouder zelfstandig gecontroleerd binnen de daarvoor gestelde termijn, zoals vermeld in het toezichtrapport.
De toezichthouder zal opschalen naar het handhavingsniveau, indien aanbieders niet binnen de gestelde termijn voldoen aan de opgelegde verbetermaatregelen. Bij zeer ernstige tekortkomingen waarbij herstel op korte termijn niet verwacht wordt, kan de toezichthouder besluiten om niet eerst een verbetertermijn te geven, maar direct op te schalen naar de gemeente. Het handhavingsbeleid en -instrumentarium na kwaliteitstoezicht vallen onder de verantwoordelijkheid van de colleges van B&W en worden uitgevoerd door de gemeenten.
Elke casuïstiek vraagt om maatwerk. Er zijn geen vastomlijnde afspraken voor de gemeente om te handhaven. Welke actie in een gegeven geval ondernomen kan worden, wordt toegelicht in paragraaf 4. Bij de BOV-Kempengemeenten zijn er drie soorten relaties met de aanbieder:
Subsidierelatie;
Contractuele relatie;
Of een combinatie van beiden.
Het toezicht verloopt zoals in figuur 1 wordt weergegeven.
Figuur 1: Taakverdeling toezicht Wmo
Hoofdstuk 3:
Artikel 3.1
Verantwoordelijkheid van de gemeente
Onderdeel van Handhavingskader na Wmo-toezicht