Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Zorg binnen Onderwijs

Onderdeel van Nadere Regels Jeugdhulp 2021 gemeente Lingewaard

1.. Voordat ouders “Zorg binnen Onderwijs” (ZBO) voor persoonlijke verzorging en/of individuele begeleiding van een jeugdige op basis van de jeugdwet en de verordening Jeugdhulp aanvragen bij de gemeente, vindt er eerst een gesprek plaats met alle betrokkenen, waaronder minimaal ouders, eventueel de jeugdige zelf, de intern begeleider/zorgcoordinator en leerkracht/mentor van de betreffende school, schoolmaatschappelijk werker en/of de jeugdconsulent, een orthopedagoog van Passendwijs of De Verbinding en eventueel de jeugdarts. 2.. Ouders vragen vervolgens bij de gemeente ZBO voor persoonlijke verzorging en/of individuele begeleiding van een jeugdige aan met een daartoe door de gemeente vastgesteld aanvraagformulier. Uit de aanvraag moet in ieder geval blijken voor welke doelen op welke gebieden en hoeveel uur per week ZBO nodig is. 3.. Voor de beoordeling van deze aanvraag kan om aanvullende documenten worden gevraagd om o.a. de omvang en duur van ZBO te kunnen vaststellen. Ook wordt altijd rekening gehouden met de gebruikelijke en bovengebruikelijke zorg en de eigen kracht (bijlage 1). 4.. Een jeugdige komt binnen het onderwijs in aanmerking voor persoonlijke verzorging wanneer: Er sprake is van een lichamelijke, verstandelijke, somatische of zintuigelijke beperking en/of een psychiatrische aandoening of beperking, vastgesteld door een daartoe bevoegde professional; De jeugdige als gevolg daarvan een tekort heeft aan zelfredzaamheid bij persoonlijke zorg; Een hulpverlener de algemene dagelijkse activiteiten geheel of gedeeltelijk dient over te nemen. 5.. Een jeugdige kan binnen het onderwijs in aanmerking komen voor de functie begeleiding, indien er sprake is van matige 1 Matige beperking: kan dit slechts met veel moeite/iemand anders helpen. De activiteit moet regelmatig gedeeltelijk worden overgenomen. of zware2 Zware beperking: kan dit niet zelfstandig/iemand anders moet het overnemen. De activiteit moet in alle situaties geheel worden overgenomen. beperkingen op tenminste één van de vijf hieronder genoemde beperkingen: De sociale redzaamheid (o.a. mogelijkheid hebben om sociale contacten aan te gaan, eigen leven vorm te geven en te regisseren); Het bewegen en verplaatsen (zelfstandig voortbewegen binnen- en buitenshuis); Het psychisch functioneren (stoornissen in denken, concentratie en waarneming); Geheugen- en oriëntatiestoornissen (problemen met oriëntatie in tijd, plaats en persoon); Probleemgedrag (destructief, grensoverschrijdend, agressief, dwangmatig gedrag). 6.. De omvang van de functie begeleiding, gericht op toezicht tijdens het onderwijs, is afhankelijk van de mate van de gedragsproblemen die de omgang met andere leerlingen bemoeilijkt. De omvang per week is in beginsel minimaal 2 en maximaal 4 uur. In geval van zeer ernstige gedragsproblemen kan de totale omvang van de functie begeleiding worden verhoogd. De objectivering van de zeer ernstige gedragsproblematiek vindt plaats o.b.v. informatie van een terzake deskundige, zijnde een gedragswetenschapper Jeugd. 7.. In de beschikking, welke wordt afgegeven voor de periode die nodig is om de gestelde doelen te behalen tot maximaal het eind van het lopende schooljaar, wordt per zorgvorm (persoonlijke verzorging en/of individuele begeleiding) de omvang vermeld van de te indiceren zorg tijdens de schooluren. Bij een blijvende beperking kan de zorgvorm persoonlijke verzorging voor een langere periode worden geïndiceerd. 8.. Nadat er een beschikking ZBO door de gemeente is afgegeven, vindt er direct een gesprek plaats met de jeugdige en/of zijn ouders, school en zorgaanbieder over de uitvoering van de gestelde doelen in het plan van aanpak op de betreffende school. De uitvoering en het plan van aanpak zullen in principe 1x per half jaar worden geëvalueerd of zoveel eerder als de gestelde doelen kunnen worden behaald. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de evaluatiecyclus die het onderwijs hanteert. 9.. Wanneer er voor het nieuwe schooljaar een verlenging van de ZBO nodig, wordt er door de school tijdig een evaluatiegesprek ingepland, waarbij minimaal ouders, eventueel de jeugdige zelf, de intern begeleider/zorgcoördinator en leerkracht/mentor van de betreffende school en de schoolmaatschappelijk werker en/of de jeugdconsulent aanwezig zijn. Het evaluatieverslag van de zorgaanbieder is hierbij het uitgangspunt. De aanvraag voor verlening van het ZBO in het nieuwe schooljaar ontvangt de gemeente na dit evaluatiegesprek bij voorkeur twee maanden voor afloop van het huidige schooljaar van ouders.

Rechtspraak bij dit artikel