Giften hoger dan het in artikel 2 lid 1 genoemde maximum worden vrijgelaten wanneer deze worden verstrekt
voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand of een WMO-voorziening verstrekt had kunnen worden;
voor noodzakelijke kosten dan wel uit medisch oogpunt wenselijke kosten zijn en voor zover de levensstandaard hierdoor niet wordt verhoogd;
door werkgevers voor werknemers voor zover deze onbelast zijn;
door de Voedselbank, Kledingbank, Stichting Leergeld, Stichting NN, Jeugdfonds Sport en Cultuur, Stichting Kerk en minima en dergelijke charitatieve instellingen.
De meldingsplicht als bedoeld onder artikel 2, zevende lid van deze beleidsregel is hier eveneens van toepassing, met uitzondering van giften genoemd onder d.
Giften die worden vrijgelaten onder lid 1 tellen niet mee voor de maximum vrijlating als bedoeld in artikel 2, eerste lid van deze beleidsregel.
Artikel 3
Giften voor bijzondere kosten
Onderdeel van Beleidsregels vrijlating giften Participatiewet gemeente Veenendaal