Naar hoofdinhoud
De subsidie die de aanvrager genoemd onder artikel 3 lid 2 van deze nadere regel ontvangt van de gemeente Utrecht om initiatieven van Utrechtse stadmakers te financieren, wordt langjarig onderdeel van het investeringsvermogen van het fonds van deze aanvrager. Als de subsidie na (eerste) periode van financiering (deels) terugkomt naar de aanvrager genoemd onder artikel 3 lid 2 van deze nadere regel, wordt dit opnieuw ingezet om nieuwe stadmakersinitiatieven in de gemeente Utrecht te financieren. De aanvrager genoemd onder artikel 3 lid 2 van deze nadere regel en het college beslissen gezamenlijk in welke stadmakersinitiatieven het deel dat het college door middel van subsidie heeft bijgedragen in het fondsvermogen geherinvesteerd wordt. Indien er op dat moment geen geschikt initiatief is of de subsidie niet geheel geherinvesteerd kan worden, blijft het gedeelte dat het college heeft bijgedragen door middel van subsidie in het fondsvermogen, in beheer van de aanvrager genoemd onder artikel 3 lid 2 van deze nadere regel, totdat er een geschikt initiatief zich aandient. Indien de subsidie niet binnen een half jaar geherinvesteerd kan worden, kan het college de subsidie lager vaststellen of de vaststelling intrekken. Indien de aanvrager genoemd onder lid 2 van artikel 3 van deze nader regel geliquideerd wordt, is er een vergoeding verschuldigd voor het bedrag dat de door het college verstrekte subsidies hebben bijgedragen aan de vermogensvorming van de aanvrager. In het geval van nog lopende financieringen worden op dat moment nadere afspraken gemaakt over het beheer van de financiering en de vergoeding van de met subsidie van het college behaald vermogensvoordeel. De financieringen die deels of niet terugkomen van de door aanvrager genoemd onder artikel 3 lid 2 van deze nadere regel gefinancierde projecten, worden naar rato van de eigen ingebrachte financiering in mindering gebracht op het gedeelte van het investeringsvermogen dat is opgebouwd met subsidiegelden. De aanvrager genoemd onder artikel 3 lid 2 van deze nadere regel verstrekt ieder jaar een overzicht van de hoogte van fondsvermogen dat is opgebouwd met subsidiegelden van het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel