Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2

Weigeringsgronden:

Onderdeel van Nadere regels directe bemiddeling huisvesting leerkrachten Diemen 2021

De aanvrager komt niet in aanmerking voor directe bemiddeling in de volgende gevallen: De aanvrager gaat scheiden of is gescheiden maar bewoont nog met de (ex-)partner één woning; De aanvrager kon het huisvestingsprobleem redelijkerwijs voorkomen of kan het huisvestingsprobleem redelijkerwijs op een andere wijze oplossen. Hiervan is in ieder geval sprake als: De aanvrager niet al dat redelijkerwijs tot zijn mogelijkheden behoort in het werk heeft gesteld om het huisvestingsprobleem te voorkomen of op te lossen; De aanvrager in de periode dat aannemelijk werd dat hij een huisvestingsprobleem zou gaan krijgen, tot een jaar voorafgaand aan zijn aanvraag, een, ook voor zijn huidige situatie, passende regulier aangeboden woning heeft geweigerd; De aanvrager heeft gelet op zijn inkomen of vermogen de middelen om zelf in een oplossing voor het huisvestingsprobleem te voorzien; De aanvrager, gelet op zijn inschrijfduur als woningzoekende, wordt geacht zelf een woning te kunnen vinden binnen een, gelet op de aard en ernst van het huisvestingsprobleem, redelijke termijn.

Rechtspraak bij dit artikel