**1..** De colleges kunnen gedurende de periode van 1 november 2021 tot en met 28 maart 2022 aan een elementaire organisatie een subsidie verstrekken voor activiteiten voor het borgen van de continuïteit van cruciale jeugdhulp en/of maatschappelijke ondersteuning, indien sprake is van een zodanig liquiditeitsprobleem dat dit leidt tot directe risico’s voor het voortbestaan van de desbetreffende organisatie, terwijl dit liquiditeitsprobleem aantoonbaar geheel of nagenoeg geheel door de coronacrisis is ontstaan.
**2..** Van een aantoonbaar liquiditeitsprobleem is sprake indien de elementaire organisatie binnen vier maanden na de datum van ontvangst van een complete aanvraag zonder subsidie niet over voldoende liquide middelen beschikt om aan haar betaalverplichtingen te voldoen als gevolg van de coronacrisis.
**3..** De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als diensten van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.
**4..** Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien:
het liquiditeitsprobleem ondanks elders verkregen vormen van overheidssteun niet is verholpen en dit aantoonbaar op korte termijn tot een te verwachten beëindiging van de bedrijfsactiviteiten zal leiden;
de elementaire organisatie voldoende aannemelijk maakt dat en hoe zij met de subsidie op grond van deze regeling in staat is de continuïteit van de cruciale jeugdhulp en/of maatschappelijke ondersteuning alsnog te borgen; en
de elementaire organisatie met de gemeenten een overeenkomst sluit waarbij de gemeenten haar belasten met en zij zich verplicht tot het verrichten van de dienst van algemeen economisch belang, bedoeld in het vorige lid
Artikel 3
De subsidie
Onderdeel van Tijdelijke regionale subsidieregeling continuïteit jeugdhulp en Wmo Noord-West-Veluwe en Zeewolde