Naar hoofdinhoud
1.. De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. 2.. De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen. 3.. Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan: een geldig legitimatiebewijs; een volledig ingevuld ‘Aanvraagformulier briefadres’; een geldig legitimatiebewijs, of een kopie hiervan, met een schriftelijke verklaring van toestemming van de briefadresgever; indien briefadres wordt gevraagd op grond van artikel 2, eerste lid, sub a een overzicht van de verschillende slaapadressen, gespecificeerd met aantal dagen per week; indien briefadres wordt gevraagd op grond van artikel 2, eerste lid, sub b een huur- of koopcontract van de nieuwe woning en/of een leveringsakte, waaruit blijkt dat er sprake is van een korte overbrugging tussen twee woonadressen; indien briefadres wordt gevraagd op grond van artikel 2, eerste lid, sub c een eigendomsakte (dan wel huur-/leasecontract) van het voer- of vaartuig en bewijsstukken waaruit verblijf op verschillende verblijfsplaatsen binnen Nederland blijkt (bijvoorbeeld tank- en pinbonnen); indien briefadres wordt gevraagd op grond van artikel 2, eerste lid, sub d een werkgeversverklaring of een uittreksel van de Kamer van Koophandel (niet ouder dan zes maanden) waaruit blijkt dat er sprake is van de uitoefening van een ambulant beroep in Nederland; indien briefadres wordt gevraagd op grond van artikel 2, eerste lid, sub e bewijsstukken waaruit ten hoogste acht maanden verblijf in het buitenland blijkt zoals bijvoorbeeld tickets, visa, (werkgevers)contracten; indien briefadres wordt gevraagd op grond van artikel 2, eerste lid, sub f een werkgeversverklaring of uittreksel van Kamer van Koophandel (niet ouder dan zes maanden) waaruit de uitoefening van een beroep op een varend schip in het buitenland blijkt, bewijsstukken waaruit blijkt dat er een korter verblijf is dan twee jaar in het buitenland (bijvoorbeeld tickets, visa, (werkgevers)contracten) en bewijsstukken waaruit blijkt wat de thuishaven van het betreffende schip is. 4.. Indien het briefadres noodzakelijk is op grond van artikel 2, eerste lid, sub g en h dient de noodzakelijkheid te blijken uit een onderliggend dossier. 5.. Indien briefadres wordt gevraagd op grond van artikel 2, lid 2 en 3 een schriftelijke verklaring van de instelling. 6.. Indien briefadres wordt gevraagd op grond van artikel 2, lid 4 een schriftelijke verklaring van de burgemeester waaruit blijkt dat verblijf op een woonadres voor de persoon in kwestie om veiligheidsredenen niet wenselijk is. 7.. De briefadresgever kan maximaal aan twee gezinshuishoudens, aan twee alleenstaanden of aan een gezinshuishouden en een alleenstaande toestemming geven een briefadres te houden. 8.. Lid 7 van dit artikel is niet van toepassing indien de briefadresgever het college van burgemeester en wethouders betreft of een door dit college aangewezen rechtspersoon, bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel