Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 20.

Kwijtschelding

Onderdeel van Beleidsregels debiteuren bijzondere bijstand Culemborg 2021

1.. Het college ziet af van verdere terugvordering indien: de debiteur gedurende 10 jaar (120 maandtermijnen) volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; de debiteur gedurende 10 jaar (120 maandtermijnen) niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over de periode vermeerderd met de daarover verschuldigde kosten, alsnog heeft betaald; de debiteur gedurende 10 jaar (120 maandtermijnen) geen betalingen heeft verricht en het niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; de debiteur een bedrag, overeenkomend met ten minste 50 procent van de hoofdsom in één keer aflost. 2.. Het college ziet af van verdere terugvordering als de (rest) vordering een bedrag van € 150,00 niet te boven gaat en het treffen van (verdere) invorderingsmaatregelen niet (langer) doelmatig is. 3.. Bedraagt de vordering van € 150,00 of meer, dan kan het college ook omwille van doelmatigheidsredenen besluiten om van verdere terugvordering af te zien, indien incasso van de vordering gedurende vijf jaar onmogelijk is gebleken en het niet aannemelijk is dat debiteur op enig moment betalingen zal gaan verrichten. 4.. Het gestelde onder lid 1 tot en met 3 is niet van toepassing op vorderingen welke door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt behoudens voor zover de vordering niet op die goederen verhaald kan worden. 5.. Als de bijzondere bijstand is verleend als leenbijstand wordt besloten van (verdere) terugvordering af te zien als de debiteur: gedurende 5 jaar (60 maandtermijnen) volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; gedurende 5 jaar (60 maandtermijnen) niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode alsnog heeft betaald; gedurende 5 jaar (60 maandtermijnen) geen mogelijkheden tot invordering zijn geweest en die mogelijkheid zich naar verwachting ook niet zal voordoen. Het door het college verleende uitstel van aflossing telt mee voor de bepaling van de termijn.

Rechtspraak bij dit artikel