Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 1.

Artikel 13

- Reserves en voorzieningen

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 2021

1.. Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een (bijgestelde) nota reserves en voorzieningen aan ter goedkeuring aan de raad. In deze nota wordt ingegaan op de regels omtrent reserves en voorzieningen. 2.. In de programmabegroting en de jaarstukken vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats. 3.. Het college biedt jaarlijks als onderdeel van de begroting, jaarrekening en kadernota het (bijgestelde) overzicht reserves en voorzieningen aan, met daarin: de vorming en besteding van reserves; de vorming en besteding van voorzieningen. 4.. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt minimaal aangegeven: het doel van de reserve; het motief van de reserve; de voeding van de reserve; (indien voorhanden) de omvang (minimum en maximum); (indien voorhanden) een meerjarige raming van de verwachte bestedingen; de looptijd van de reserve, met eventueel start- en einddatum. 5.. Wij hanteren een minimale reserve-omvang van € 50.000 . 6.. Het college kan een niet begroot bedrag aan de algemene reserve onttrekken, indien deze onttrekking het gevolg is van een tijdelijke aanvulling van een bestemmingsreserve die anders een negatief saldo vertoont. 7.. Het college kan een niet begroot bedrag aan een bestemmingsreserve onttrekken indien deze onttrekking het gevolg is van: hogere uitgaven, die wel binnen het (meerjarig) totaalbudget blijven; lagere ontvangen subsidies, die in latere jaren alsnog worden ontvangen. 8.. Voor de wijze van rentetoerekening wordt verwezen naar de nota Rente en Treasury (zie artikel 16). 9.. Voor de verwachte verliezen van grondexploitaties wordt een voorziening gevormd voor de netto contante waarde (notitie Grondbeleid 2018, BBV).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel