In deze verordening wordt verstaan onder:
aanvraag: een verzoek als bedoeld in artikel 4:1 van de Algemene wet bestuursrecht aan het college om als gemeente borg te staan voor de rente- en aflossingsverplichtingen die de instelling aan de geldverstrekker verschuldigd is; onder een aanvraag valt een rechtstreekse garantie;
aanvrager: een geldnemer die de gemeente verzoekt om borg te staan voor de rente- en aflossingsverplichtingen die de geldnemer uit hoofde van een geldleningsovereenkomst aan de geldverstrekker verschuldigd is;
besluit tot garantieverlening: een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht borg te staan tegenover een geldverstrekker;
borg staan: instaan tegenover een geldverstrekker voor de aan een geldlening verbonden betalingsverplichtingen van een geldnemer voor zover de geldnemer in gebreke blijft hieraan te voldoen;
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;
garantie: een financieringsinstrument waarbij de gemeente zich krachtens een overeenkomst tegenover een geldverstrekker verplicht in te staan tot nakoming van de aan een geldlening verbonden rente en aflossingsverplichtingen indien de geldnemer in gebreke is;
geldnemer: een instelling ten behoeve waarvan de gemeente een borgstelling heeft verstrekt ten aanzien van de betaling van rente en aflossing indien deze instelling in gebreke is;
geldverstrekker: een bancaire instelling die aan een geldnemer een lening heeft verstrekt waarvan de gemeente de betaling van rente en aflossing waarborgt;
instelling: een rechtspersoon die werkzaam is in de gemeente;
rechtstreekse garantie: individuele lening waar de gemeente voor 100% aansprakelijk kan worden gesteld, voor lening waar de gemeente met een waarborgfonds garant staat;
waarborgfonds: een nationaal fonds dat onder meer borgstellingen verstrekt.