Naar hoofdinhoud

Artikel 5 -

Weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening gemeentegaranties geldleningen 2021

1.. Het college weigert de garantie voor zover naar zijn oordeel: de door middel van de garantie te financieren zaak of activiteit geen gemeentelijke publieke taak dient als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a van deze verordening; de aanvrager aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening zoals een waarborgfonds; de geldlening reeds aan de aanvrager is verstrekt voor het besluit tot garantieverlening, tenzij dit een herfinanciering betreft van een eerder door de gemeente gegarandeerde lening; de aanvraag betrekking heeft op het verlenen van andere zekerheden door de gemeente dan die van de betaling van rente en aflossing van een geldlening voor zover de aanvrager in gebreke blijft; gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager in strijd met de wet, het algemeen belang of de openbare orde handelt of zal handelen; de garantieverlening in strijd is met het (Europese) recht; de aanvrager niet aannemelijk kan maken de geldlening ten behoeve waarvan de garantie wordt verleend, nodig te hebben; de aanvrager niet beschikt over de benodigde vergunningen om de activiteiten te verrichten of investeringen te plegen waarvoor de garantie wordt aangevraagd; de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden en criteria voor garantieverlening die bij of krachtens deze verordening zijn vastgesteld; de garantstelling anderszins niet past in het gemeentelijk beleid. 2.. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 Algemene wet bestuursrecht kan het college de garantie weigeren voor zover naar zijn oordeel: redelijker kan worden verwacht dat er geen sprake is van continuïteit in het voortbestaan van de instelling gedurende de looptijd van de garantie; redelijkerwijs kan worden verwacht dat de doelstellingen die met de garantie worden nagestreefd, niet zullen worden bereikt; het risico voor de gemeente niet acceptabel is; er geen sprake is van ‘goed bestuur’ van de aanvrager; geen verklaringen door de aanvrager zijn overgelegd van een geldverstrekker waaruit blijkt dat er geen geldlening aan de aanvrager wordt verstrekt zonder garantie; het eigen vermogen van de aanvrager minder bedraagt dan 20% van het totale vermogen; de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel