Naar hoofdinhoud
Indien de belanghebbende (en zijn gezin) vermogensbestanddelen heeft (hebben), waarover hij niet kan beschikken dan wel van hem redelijkerwijs niet verlangd kan worden dat hij deze te gelde maakt en hij overigens wel voldoet aan de criteria voor bijstandsverlening, kan de bijstand worden verleend. De bijstand die met inachtneming van het gestelde in artikel 11.1 van deze beleidsregels wordt verleend, wordt terugvorderbaar gesteld op grond van het bepaalde in artikel 58, eerste lid, onderdeel f van de Participatiewet en de daaruit voortvloeiende ‘Beleidsregels Verhaal, Terug- en invordering Participatiewet’. Dit wordt als zodanig in de beschikking tot toekenning van de bijstand vermeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel