Naar hoofdinhoud
Bij verlening van bijstand onder verband van hypotheek of pandrecht dient aan de belanghebbende telkens de verplichting te worden opgelegd dat hij meewerkt aan de vestiging van hypotheek of het stil pandrecht. Het niet verlenen van de medewerking als bedoeld in lid 1 heeft tot gevolg, dat een aanvraag voor bijstand wordt afgewezen en dat verstrekte bijstand terstond opeisbaar is.

Rechtspraak bij dit artikel