Naar hoofdinhoud
Het vermogen wordt vastgesteld op de waarde van de bezittingen in het economisch verkeer bij vrije oplevering, waarover de belanghebbende bij de aanvang van de bijstandsverlening beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, verminderd met de op dat tijdstip aanwezige schulden. Bij de vaststelling van het vermogen tellen alle opeisbare schulden, waarop een daadwerkelijke verplichting tot terugbetaling rust, mee. De belanghebbende dient het bestaan van de schulden, de opeisbaarheid en de betalingsverplichting ervan aan te tonen met bewijsstukken.

Rechtspraak bij dit artikel