Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 8a.

Weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Doesburg 2021

1.. Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening: indien de cliënt niet zijn woonplaats (hoofdverblijf) heeft in de gemeente Doesburg; voor zover met betrekking tot de problematiek, die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen; voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen; indien de voorziening algemeen gebruikelijk is; als de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen en achteraf nog valt vast te stellen dat de voorziening noodzakelijk was en als goedkoopste adequate voorziening aan te merken valt; indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of tenzij achteraf nog valt vast te stellen dat de voorziening noodzakelijk was en als goedkoopste adequate voorziening aan te merken valt; voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan cliënt al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of tenzij cliënt geheel tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten; geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt als deze niet hoofdzakelijk op het individu is gericht; als de cliënt een indicatie heeft voor zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg of er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarvoor in aanmerking komt, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover, tenzij artikel 8.6a van de wet van toepassing is. 2.. Het college verstrekt geen woonvoorziening: voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; de voorziening strekt ter renovatie of ter aanpassing aan de eisen van de tijd; ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; deze betrekking heeft op een woongebouw/doelgroepgebouw, dat: specifiek gericht is op mensen met beperkingen of; dat in de praktijk bewoond wordt door een specifieke groep én; waarvan vaststaat dat het woongebouw/de woning niet voldoet aan de voor een dergelijke woning op grond van wettelijke voorschriften, algemeen aanvaarde regels of contractuele bepalingen geldende vereisten én; waarvan is aangetoond dat de aangevraagde voorziening bij wel voldoen aan die vereisten niet nodig is; én/of de aangevraagde voorziening voor de specifieke doelgroep algemeen gebruikelijk is. voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; als de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden; indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen en er geen zwaarwegende reden voor de verhuizing is; indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college. Indien een woonvoorziening ter compensatie van de beperkingen bij het normale gebruik van de woning en/of bij het zich verplaatsen in de woning is geïndiceerd, kan het college het primaat van verhuizen toepassen, tenzij de noodzakelijke aanpassingskosten lager zijn dan de in het besluit opgenomen verhuis- en inrichtingskostenvergoeding; Indien de aanpassingskosten hoger zijn dan het in lid 2 sub j genoemde bedrag kan de inwoner er voor kiezen niet te verhuizen, maar de woning met inzet van eigen middelen aan te passen. Hij ontvangt dan een tegemoetkoming ter hoogte van maximaal het in lid 2 sub j genoemde bedrag. Dit op voorwaarde dat hiermee een adequate aanpassing in de huidige woning wordt gerealiseerd conform een door het college opgesteld programma van eisen; De normale of technische afschrijvingstermijn als bedoeld in artikel 8a lid 1 sub h, bedraagt zeven jaar voor hulpmiddelen en tien jaar voor trapliften. 3.. Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening voor vervoer: als de algemene vervoersvoorziening, verstrekte vervoersvoorzieningen en/of andere voorzieningen adequaat compenseren in de vervoersbehoefte; bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt alleen rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving met een totaal maximum van 1.500 kilometer op jaarbasis. Vervoer naar dagbesteding of dagbehandeling op grond van de Wlz; vervoer naar jeugdhulp, of ander jeugdvervoer op grond van de Jeugdwet of de Wlz; vervoer naar medische behandelingen, wanneer op grond van de Zorgverzekering recht op zittend ziekenvervoer bestaat; vervoer naar werk of onderwijs; het incidenteel mogelijk is om een taxibedrijf in te zetten, of gebruik maken van een deelauto, wanneer andere vervoerwijzen niet beschikbaar zijn; Vervoer naar afspraken die ook digitaal kunnen plaatsvinden, zoals bepaalde consulten met de huisarts; Vervoer kan worden vervangen door bezoek, dienstverlening of levering aan huis (bijv. Boodschappen). NB. Voor boodschappen wordt verwezen naar boodschappenservices die o.a. vanuit verschillende supermarkten worden aangeboden, tenzij dit noodzakelijk is voor participatie;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel