Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Een bijbehorend bouwwerk binnen de bebouwde kom

Onderdeel van Planologische afwijkingsmogelijkheden Wabo, 3e wijziging

Lid 1: een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan Voor afwijking komen in aanmerking: Aan de voorgevel van een woning: Bijbehorende bouwwerken met een primaire functie met een verbinding naar buiten, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: De diepte (ten opzichte van de voorgevel) mag ten hoogste 1,5 meter bedragen; De breedte mag niet meer bedragen dan 33% van de breedte van de voorgevel; Er kan worden afgeweken van de geldende maximale goothoogte, doch niet van de in het bestemmingsplan maximaal toegestane hoogte. Bijbehorende bouwwerken met een primaire functie zonder verbinding naar buiten, mits de hoogte maximaal 4,4 meter bedraagt. De diepte (ten opzichte van de voorgevel) mag maximaal bedragen: indien het voorerf ten minste 6 meter diep is: 2,5 meter; indien het voorerf minder dan 6 meter diep is, 1,5 meter; de breedte mag maximaal 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw bedragen. Onverminderd het vorenstaande dient de afstand tot het openbaar toegankelijk gebied minimaal 1 meter te bedragen; Onverminderd het vorenstaande dient de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 0,25 meter te bedragen, met dien verstande, dat deze afstand bij dubbele en rijenwoningen aan de aangebouwde zijde 0 meter mag bedragen. Aan de zijgevel van een woning: Bijbehorende bouwwerken met een primaire functie op minimaal 1 meter achter het verlengde van de voorgevelrooilijn, mits de diepte van het bijbehorend bouwwerk en het verlengde daarvan (ten opzichte van de zijgevel) niet meer dan 3 meter bedraagt, de goothoogte niet meer dan 4,4 meter en de nokhoogte niet meer dan 5,5 meter bedraagt. Indien de onder 2.1 bedoelde bijbehorende bouwwerken worden opgericht in het voorerfgebied, dan dient te worden voldaan aan de volgende eisen: Indien de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens ten minste 6 meter is: 2,5 meter; Indien de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minder dan 6 meter is: 1,5 meter; De breedte mag niet meer bedragen dan 60% van de breedte van de zijgevel. Onverminderd het vorenstaande dient de afstand tot het openbaar toegankelijk gebied minimaal 1 meter te bedragen. Aan de achtergevel van een woning: Bijbehorende bouwwerken met een primaire functie, mits de in het bestemmingsplan toegestane diepte van het hoofdgebouw plus maximaal 3 meter niet wordt overschreden, de goothoogte niet meer dan 4,4 meter en de nokhoogte niet meer dan 5,5 meter bedraagt; Een luifel is toegestaan aan een woning. Aanvragen van afwijkingsmogelijkheden voor een bijbehorend bouwwerk bij een hoofdgebouw, niet zijnde een woning, worden separaat behandeld (maatwerk). Een zorgvuldige onderbouwing zal hieraan ten grondslag liggen. Onverminderd het vorenstaande: mag het bouwperceel voor ten hoogste 50% worden bebouwd; mogen bijbehorende bouwwerken met een functioneel ondergeschikt gebruik uitsluitend binnen het achtererfgebied worden opgericht; mag de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken met een functioneel ondergeschikt gebruik: op een perceel met een oppervlakte van tot en met 400 m² niet meer dan 82,5 m² bedragen. op een perceel met een oppervlakte van meer dan 400 m² niet meer dan 110 m² bedragen. Voor bijbehorende bouwwerken met een functioneel ondergeschikt gebruik mag de goothoogte niet meer dan 4,4 meter bedragen en mag de nokhoogte niet meer dan 5,5 meter bedragen. Op het voorerfgebied zijn toegestaan: bijbehorende bouwwerken met een functioneel ondergeschikt gebruik, op minimaal 1 meter achter het verlengde van de voorgevelrooilijn, mits de diepte van het bijbehorend bouwwerk (ten opzichte van de zijgevel) niet meer dan 3 meter bedraagt. De bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen. Tevens zijn de in artikel 3 lid 6, onder 6.1 genoemde sub a en c van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel