Als na de melding verdere vraagverheldering of verdieping nodig is, zal de consulent eerst een vooronderzoek doen naar de al beschikbare informatie binnen de gemeente. Daarna kan het gesprek worden gevoerd. De cliënt kan zich laten bijstaan door zijn mantelzorger en/of een cliëntondersteuner.
Uitgangspunt bij het gesprek is de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt om het probleem zelf of met steun van zijn omgeving op te lossen. De Wmo-consulenten zijn geschoold in het voeren van het gesprek. Tijdens het gesprek kan gebruik gemaakt worden van de handleiding ‘Resultaatgericht indiceren’.
Het gesprek is het uitgangspunt tijdens het uitgebreide onderzoek naar de situatie van de cliënt.
Daarbij is aandacht voor:
de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt;
het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;
de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren;
de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie;
de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger(s) van de cliënt;
de mogelijkheden om met gebruikmaking van algemene (gebruikelijke) voorzieningen in de behoefte te voorzien aan maatschappelijke ondersteuning;
de verschuldigdheid van een eigen bijdrage bij een maatwerkvoorziening (per maand per huishouden). De inning daarvan gebeurt door het CAK;
de keuzemogelijkheid voor verstrekking via zorg in natura of in de vorm van een pgb. Als een cliënt voor een pgb kiest, wordt uitleg gegeven over de procedure die daarvoor doorlopen dient te worden. Cliënten moeten vooraf goed weten welke verantwoordelijkheden een pgb met zich meebrengt.
het opstellen van een zorgplan door cliënt en de beoogde zorgaanbieder bij een maatwerkvoorziening (dienst). Indien de cliënt een persoonsgebonden budget (dienst) wenst, dient hij hiervoor een budgetplan in te leveren. Zie onder punt 3.2.6.2.
In overleg met de cliënt kan worden volstaan met een verkort onderzoek als veel gegevens al bekend zijn bij de gemeente. Het moet dan wel gaan om recente informatie en de cliënt moet hier specifiek akkoord mee gaan. Zo nodig kan worden afgezien van een persoonlijk gesprek. In alle gevallen moet een verslag gemaakt worden.
Identificeren
De cliënt verstrekt bij het aanvragen van een maatwerkvoorziening desgevraagd een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
Tijdens het onderzoek wordt de identiteit van de cliënt vastgesteld aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
Doorzenden
Als uit het gesprek blijkt dat een aanvraag door een ander bestuursorgaan behandeld moet worden of als de cliënt een verzoek heeft ingediend bij de verkeerde gemeente heeft de gemeente een doorzendplicht volgens de Algemene wet bestuursrecht (artikel 2:3 Awb).
HOOFDSTUK 3. › Paragraaf 3.2.
Artikel 3.2.4.
Het gesprek
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk 2022