Deelnemen aan het maatschappelijk verkeer c.q. sociale verbanden aangaan, brengt met zich mee dat men zich met een vervoermiddel in de directe leefomgeving (woonomgeving) moet kunnen verplaatsen. Als een cliënt een probleem ervaart op het gebied van zelfredzaamheid en participatie in relatie tot het vervoer kan daarvoor gezocht worden naar een oplossing. Er wordt onderzocht in hoeverre men zelf in de vervoersbehoefte kan voorzien, hulp kan inschakelen van het eigen netwerk of gebruik kan maken van een algemene voorziening. In heel uitzonderlijke situaties zal een financiële tegemoetkoming vervoerskosten verstrekt kunnen worden.
In het gesprek tussen de gemeente en de cliënt wordt overlegd voor welke verplaatsingen op welke afstanden de beperkingen ondervonden worden en hoe deze het beste zijn op te lossen. De verplaatsingen moeten passen in het kader van het leven van alledag. De vervoersvoorziening is niet bedoeld om te reizen naar bijvoorbeeld een sociale werkplaats of verplaatsingen in het kader van een betaalde baan. Voor alle soorten vervoersvoorzieningen geldt dat oneigenlijk gebruik daarvan niet is toegestaan.
Het woon-werkverkeer valt niet onder de Wmo 2015, daarvoor blijven werkgever en werknemer gezamenlijk verantwoordelijk.
Alle buitenregionale vervoersdoelen (afstanden verder dan 25 km) vallen buiten de reikwijdte van de Wmo 2015. Daarvoor wordt door het Ministerie van VWS Valys beschikbaar gesteld. Valys is een vervoerssysteem voor bovenregionaal vervoer en valt buiten de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders.
HOOFDSTUK 7. › Paragraaf 7.3.
Artikel 7.3.1.
Doel van de vervoersvoorziening
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Rijswijk 2022